Berry's blog - Familiewerk
22390
home,paged,page-template,page-template-blog-large-image-whole-post,page-template-blog-large-image-whole-post-php,page,page-id-22390,paged-5,page-paged-5,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Berry’s blog

 

Hoe de kanker mijn leven verandert

Een vette 8!

De afgelopen week voelde ik mij best oké.
De chemo was draaglijker dan de twee daarvoor en ik had geen heel sterke bijwerkingen. Woensdagochtend stond ik op en in de loop van de ochtend gaf ik mijn leven een dikke 8. Donderdag ook een prima dag. Gisteren, vrijdag,  hebben we 9 kilometer van het Pionierspad gewandeld tussen Onna en Giethoorn door de Wieden. Het laatste stuk in volle laagstaande zon, prima te doen en genieten deden we. De wandeling afgesloten met heerlijke bitterballen (!) met voor mij een rivella in plaats van alcohol.
Vanmorgen voelde ik mij na de nachtrust wederom goed en heb ik een paar klusjes aangepakt, een nieuwe to-do (zonder haast) lijst gemaakt en mezelf verwend met een cadeau. Al lang geniet ik van de klanken van een tong-drum en was hiervoor aan het sparen om te gaan gebruiken in de praktijk. De tong-drum heb ik vanmorgen besteld en zie er naar uit om deze naast de drum en djembe te bespelen, zin in!

 

Haiku; auto

Automobiel, vrij
Twijfel, gevaarlijk, besluit
Weg autonomie

Doe maar niet meer

Van huis naar werk en weer terug heb ik honderdduizenden kilometers afgelegd. En met uitzondering van één ongeval in mijn ‘Eelde tijd’ (’88) heb ik schadevrij kunnen rijden.
En wat mis ik dat autorijden, blijkbaar is het een deel van mijn leven geworden. Een muziekje op, een mantra of de laatste jaren een luisterboek deden de kilometers als vanzelf verdwijnen.

Afgelopen weekend wilde ik nog eens rijden en omdat onze zoon in Lemmer moest voetballen vonden we dat een mooi ritje. Na eerst wat pech in verband met een lege accu toch op weg naar Lemmer. Daar moeten we stoppen voor een verkeerslicht en wij staan als eerste opgesteld en ik wacht op groen. Als dat oplicht rij ik op en van linksvoor wil een bus mijn weg kruisen, ik ga voor de bus langs rechtdoor. Als ik in de spiegel kijk zie ik dat andere auto’s nog gewoon staan te wachten, er rijden ook geen anderen met ons op. Verrek, ik keek naar een verkeerslicht 50 meter verder en niet naar het licht waar ik stond.

Op de terugweg rij ik weer en op een kort stukje snelweg neem ik waar dat ik over de streep van de vluchtstrook heen ga, ik zie het maar het besef en de actie om te corrigeren komt een fractie later, dit is raar!
Dan rijden we op op een lange polderweg met een afslag naar rechts. Voor ons rijdt maar één auto. We naderen de T-splitsing en onze voorligger remt ineens, de chauffeur geeft voorrang aan een forse trekker die vanaf de andere kant de afslag in wil. Ik zie het en wederom komt de reactie later op gang dan zou moeten, er gebeurt gelukkig niets, op korte afstand sta ik stil achter mijn voorganger.

En dan voel ik mij boos worden, wat een stommiteit om zomaar te remmen, om voorrang te geven daar waar het niet hoeft en mij daardoor in de war te brengen. K! Ik toeter en in de auto voor mij gaan de handen omhoog, als de trekker weg is, trek ik fel op en haal al snijdend de auto in en weg ben ik.
Ik voel Jannie en Matthijs naar mij kijken, ik kijk Jannie aan en die heeft grote ogen van verbazing.

 

Thuis hebben we het er nog eens over, blijkbaar is mijn incasseringsvermogen en veerkracht aan het inboeten.
Voor mij is het echter meer dan dit ontdek ik tijdens een slapeloos stuk in de nacht. Ik was boos op mijzelf omdat ik boos werd op een ander. Dat kan toch niet, ik boos worden op mijzelf, daar mag ik mij onderhand wel van bewust zijn. Met al die trainingen en ontwikkelingen. Een soort dubbele afwijzing van mijzelf….  Langzaam komt de slaap weer terug. En ohja, het rijden heb ik nu maar afgezworen, de waarschuwing op de medicijnen ‘kan het reactievermogen beïnvloeden’ begrijp ik nu als geen ander.

 

 

Ik zit weer

Op dit moment is het maandag de 25e en zit ik in de stoel voor de derde chemo kuur. Ik voel mij goed en alle bloedwaarden zijn vooruit gegaan. Jannie zit tegenover mij een leest een tijdschrift, wij luisteren naar de evergreen Top1000 op radio 5, mooi!

We zitten in een soort cabine, redelijk privé. Om ons heen lopen verzorgers, bezoekers en andere patiënten heen en weer. De sfeer is ondanks alles ontspannen en zelfs levendig 🍀.

 

En dan merk ik iets vreemds en bizars op.  Er zijn hier aparte toiletten voor bezoekers en oncologie patiënten. De afvalstoffen vanuit het patiënten toilet worden als chemisch afval behandeld en vernietigd. Goed geregeld dacht ik eerst. Echter, veel van ons gaan gewoon naar huis en daar is uiteraard geen aparte afvoer. Alle stoffen komen in het riool en dan in een zuiveringsinstallatie terecht.

Nu naar onze polder. Er ligt bij ons geen riool netwerk. Onze afvalstoffen van toilet, wasmachine en douche komen in een put terecht die ergens in de tuin ligt. Het idee is dat er in de put een bio-proces plaats vindt dat zichzelf in stand houdt. Het daarbij vrijkomende en overblijvende ‘water’ wordt afgevoerd naar het slootje aan de weg. Het slootje mond uit in een tocht.

 

De fruittelers, boeren en particulieren om ons heen gebruiken water uit de tocht voor bevloeiing en besproeiing van de fruitbomen, akkers en (volks)tuintje.

En zo komen chemische afval stoffen weer in de voedselketen terecht. Het moet anders, bewuster.

 

 

Haiku; hulp

Help, er komt hulp aan
Toezien, dankbaar, pijnlijk lief
Knuffel, traan, tot ooit

Twee gouden dagen

Goudendag, donderdag 21 november

Al weken ligt hier zo’n 22 kuub aarde om in de vijver gestort te worden, we zijn al tijden zat van die troebele bak water. Maar ja, ik krijg het nu niet meer voor elkaar om die bult weg te kruien. En om hulp vragen, tja… altijd lastig, hoe doe ik dat? De oplossing komt vanzelf met het bezoek van Rutger die namens de collega’s een prachtige bos zijdebloemen komt brengen. Hij ziet de bult aarde en zegt; ‘dat regel ik’.

 

Op deze dag verschijnen er 9 collega’s die gezamenlijk de bult aarde te lijf gaan. In een flink aantal uren is het karwei geslecht en  is er van een vijver niets meer terug te vinden. Rijplaten, kruiwagens en scheppen worden schoon gemaakt en opgeruimd.
En ik? Ik sta erbij en kijk ernaar. Ik loop wat naar buiten, maak een praatje, krijg het koud en ga weer naar binnen. Binnen blijf ik maar wat heen en weer drentelen, zet koffie en ben verheugd als de groep in ploegjes even komt koffiedrinken en opwarmen. Stilletjes geniet ik van de opmerkingen over de rust, de ruimte, de stilte, de rijafstand naar Schiphol en ons plekje. Heerlijk ook om weer eens een praatje over het werk te maken, uiteraard praten we af en toe ook over mijn ziekte. Het is goed.
Wanneer iedereen weg is en ik een rondje door de tuin maakt overvalt me de warmte van deze actie, hulp van alle kanten. Dankbaarheid is wat ik voel.
Rutger, Ton, Bart, Remco, Alexander (jr.), Jeroen, Remco, Royce, Steven, dank! Buren en Peter dank voor de kruiwagens en rijplaten. De tuin is ongeschonden gebleven.

 

Goudendag, vrijdag 22 november

Vandaag zijn we zijn gestart met het Pionierspad. Het zonnetje schijnt, matige wind en temperatuur is oké, alle lichten op groen dus. Vanzelfsprekend lopen we een veel kortere afstand dan we gewend waren maar wat is het fijn weer om dit te doen. We beginnen in Steenwijk en onze zoon heeft de auto 6.5 km verder op de route geparkeerd (hij fietst terug via Giethoorn, Dwarsgracht en Kalenberg). Het wandelen gaat prima, ik merk uiteraard dat het mij kracht kost en neem mij voor om morgen wat extra te eten. Veel eerder dan gedacht zien we de auto staan en ik denk dan dat ik wel verder zou kunnen, 9 km is wel haalbaar. En toch ben ik blij als ik in de auto zit, het is voldoende.

 

 

Kit-randje

Je kent ze vast wel in je eigen huis, van die kleine klusjes die je ooit nog eens moet doen. Een loszittend haakje, de deurkruk die net niet mooi sluit, een behangstukje dat los hangt of een druppende kraan. Nou, bij ons is één van die dingen een randje kit langs de plint en deurkozijn in onze slaapkamer dat nog moest gebeuren. Vandaag voelde ik mij bij het opstaan prima en in de loop van de ochtend dacht ik dat kitrandje maar eens even te gaan doen.

 

Oude broek en t-shirt aan, er is kit voldoende en met een paar andere dingen vol goede moed naar boven om het te fiksen. Boven mis ik de kitspuit, best essentieel voor dit klusje. Oké, naar beneden, jas aan (ik krijg het snel koud), schuur in en met kitspuit terug naar boven. Verhip, het tuitje zit vol met oude kit. Shit, naar beneden, jas aan, schuur in en gelukkig liggen er nog een paar ongebruikte tuitjes. Weer boven moet uiteraard het tuitje nog schuin afgesneden worden, je raadt het al, mijn stanleymes ligt in de schuur, dus weer trap af en op.
Koker in de kitspuit en ik houd de koker tegen de plint aan…. en dan gebibber, mijn handen beven. Ik word moedeloos en kan wel janken.

Op één of andere manier vind ik mijn resetknop en bedenk dat ik het ook heel rustig aan kan doen, stukje bij stukje. Niemand die mij ziet nu. Ik heb alle tijd voor deze klus en als deze gedachte in mij opkomt moet ik lachen; ‘alle tijd, mwah.’
Na een poosje zit de kitrand erop, zowel langs de plint als langs het kozijn en netjes ook.  Dik tevreden ben ik.

 

Als Jannie thuis komt en ik mijn verhaal doe, huil ik alsnog, ik voel me machteloos. Voortdurend aanpassen, mijn en onze verwachting bijstellen, doen wat kan en vooral geen haast hebben. Ik blijf leren.

 

 

Emmerlijst

Een vraag die ik gesteld kreeg, vlak nadat de diagnose gesteld werd; ‘heb je een bucketlist?’

Een mooi vraag maar aan een lijst of activiteiten had ik tot aan dat moment niet aan gedacht, daar was het akelige nieuws nog te vers voor. De emoties hadden de overhand en van helder nadenken was helemaal geen sprake. Ik had veel sneller een ‘fuckitlist’ over van alles en nog wat.
In de weken erna moest ik toch regelmatig aan deze vraag denken. Er was niks, het was gewoon leeg en toch bleef de vraag mij achtervolgen. Moet het, perse nog iets ondernemen, moet ik nog een doel hebben? Geen idee, ik wilde gewoon niks.

 

En toch komen er langzamerhand een paar dingen bovendrijven die ik nog zou willen en ik ben ontroerd als ik er aan denk dat ze nog waarheid zouden kunnen worden. Het gaat dan vooral om dingen samen doen.

 

Een concert bijwonen van André Rieu. Meedoen met een hele grote ‘drumcirkel’, een paar jaar geleden maakte ik uit een essenstam een hele mooie en forse drum en heb een paar keer aan een ‘drumcirkel’ meegedaan, geweldig!
Een midweek of lang weekend verblijf met het gezin en aanhang in een groot vakantiehuis, samen koken en samen-zijn. Het wandelen van de LAW ‘het Pionierspad’ (Steenwijk, Muiderberg, 217km). Deze wandeling heb ik ooit alleen gedaan en nu wil ik deze graag met Jannie afleggen in vanzelfsprekend wat kortere etappes. Bijwonen van een taptoe. Nog een keertje een heel mooie rode wijn drinken (Amarone, big red)  met een flinke portie bitterballen erbij en in het voorjaar een vliegreisje naar de Peloponnesos in Griekenland of omgeving Malaga in Spanje.

 

Ik heb nog geen tijd om dood te gaan, zoals je ziet. Dus de koe maar bij de horens gevat en dingen uitgevoerd, stippen op de horizon!

Voor het bijwonen van het concert van Rieu hebben we inmiddels kaarten gereserveerd, de drumcirkel doe ik al op 17 november bij ons in de buurt (groot!) en het eerste deel van de wandelroute ligt klaar.

 

 

 

 

 

 

 

Haiku; het stroomt

Het vernielt, het heelt
Twee werelden bij elkaar
Ik weet wat ik kies

Mijn lijf

Aan het uitblijven van mijn blog valt wellicht af te leiden dat de afgelopen dagen nogal intensief waren. En dat is ook zo…..maandag en dinsdag, de 1e twee dagen van de 2e chemokuur vielen nog wel mee. Ik kon gewoon eten, had zelfs veel trek en ik voelde me wel brak en moe maar dat was te doen.
Woensdag en donderdag waren heftiger dan tijdens de vorige keer, totaal geen eetlust en zwak en misselijk. Doordat ik nauwelijks eet of weet binnen te houden zakt mijn gewicht verder weg.
Vandaag begon, na een merkwaardige nacht met allerlei korte dromen, redelijk goed, ik voelde me fitter dan gister en wilde wel een en ander eten. Maar direct na het ‘medicijnen rondje’ in ochtend werd het alweer lastiger.  Ik hoop maar dat het avondeten beter gaat.
Vanmiddag fijn bezoek gehad van twee collega’s en een kort deel van het gesprek over mijn werk deed mij verrassend goed. Wat een pracht baan heb ik!

 

 

‘Mijn lijf’, staat er als titel boven deze blog. ‘Mijn’ zegt dat het van mij is, mijn eigendom, mijn bezit. Maar wanneer het lijf echt van mij zou zijn dan zou ik deze ellende niet laten gebeuren. Ik bedoel hier dat ik mij dan niet ziek zou laten maken door ‘iets’. Ik zou het uiteraard niet toestaan.  En nu ik ziek ben ontdek ik, nog sterker dan eerst, dat ik niet eens zoveel invloed heb op alles wat er van binnenin mijn lijf gebeurt. Het gebeurt gewoon. Ik heb wel enige invloed op mijn lichaam, maar geen zeggenschap.

En wat is eigenlijk wel van mij? Mijn gedachten? Mijn bezit? Mijn vrouw of kinderen? Mijn gevoel? Vrienden?

 

 

Nu ik bovenstaande teruglees knaagt er iets in mij. Iets klopt er niet aan bovenstaande tekst, het is rationeel bedacht en getypt. Ik weet niet goed wat en type mijn gedachten even door.
Hoe zou het zijn als we WEL alle invloed hebben op ons gehele welzijn. Dat ik en jullie volledig en diep bewust zijn over alles wat we doen, hoe we leven, wat we eten en hoe we ons lijf en psyche in goede conditie kunnen houden. Hou zou het zijn als we instaat zijn om onszelf volledig te volgen om te doen wat goed voor ons is. Zouden we dan niet een slag kunnen maken in onze levensstijl en levenspeil?
Misschien kunnen we dat (nog) niet of niet meer.