Blog - Familiewerk
18965
paged,page-template,page-template-blog-masonry,page-template-blog-masonry-php,page,page-id-18965,paged-4,page-paged-4,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Bezoek aan het werk, een afscheid?

Samen met Jannie bezocht ik mijn werk op zondag 12 januari. Met enige spanning in mijn lijf reden we het terrein op en meldden ons bij de bewaking. We werden bij de ingang  opgehaald door de supervisor en dat vond ik in eerste instantie ongemakkelijk en ik was verbaasd. Ik ben gewoon collega, ik ken de weg en kan Jannie van alles uitleggen.
Achteraf vind ik het een mooi gebaar, toch niet helemaal alleen door het gebouw hoeven te lopen en met een ontspannen praatje naar mijn werkplek lopen was rustgevend. Dank! Dan een handje of een knuffel hier en daar, ongemakkelijk soms. Snel maar naar de werkplek.

 

Tja, die werkplek. Helemaal ‘van mij’ is het niet meer. Voortdurend was ik aan het schakelen, soms was ik collega maar meer nog was ik op bezoek. Alsof ik van enige afstand naar mijn eigen werk zat te kijken.
Tijdens het contact met onze bedrijfsarts heb ik al eerder gesproken over ‘weer aan de slag gaan’. En zij reageerde daarop dat wij wel een bijzondere beroepsgroep zijn. Ze zei; ‘jullie willen bij ziek zijn allemaal weer zo snel mogelijk aan het werk en dat zie ik niet zo vaak bij andere beroepen, bijzonder hoor!’.  En ze voegde heel voorzichtig toe dat het zo zou kunnen zijn dat ik helemaal niet meer aan het werk zou kunnen gaan. Deze boodschap hoorde ik goed.
Toen we na het bezoek naar huis reden, herinnerde ik me deze opmerking van de bedrijfsarts en merkte een tweedeling in mijzelf. Een deel van mij wil het werk weer graag gaan doen en een ander deel ‘weet’ dat dit niet meer gaat gebeuren. Hoofd versus gevoel, zeg maar.

En als ik heel eerlijk ben naar mijzelf dan ben ik al aan het ‘voorsorteren’. De analogie met de snelweg ligt voor de hand, ik zie de afslag of rij er al op en zie ook de rechtdoorgaande weg. Heb ik nog keuze om rechtdoor naar het werk te gaan of sla ik af en laat het werk voor wat het is?

 

Wanneer ik onmiddellijk  weer achter het radarscherm zou kunnen gaan zitten was de keuze wat makkelijker, maar zo gaat het niet in een baan waarin veiligheid voorop staat. De bedrijfsarts zei het al; ‘we hebben herintegratie na een chemokuur nog niet eerder bij de hand gehad, ik weet nog niet hoe hier mee omgegaan wordt, mogelijk een lang traject.’

Ach, eigenlijk weet en voel ik het ook wel; ik rij al op de afslag en zal deze nieuwe richting maar moeten accepteren, ook dit is afscheid nemen. 

 

 

Hoe het nu gaat;  mijn herstel tussen de chemokuren door duurt langer. Waar ik eerst vrijdags na de kuur van die week alweer het mannetje was, duurt het nu tot en met zondag tot ik mij weer wat beter voel. Gammel ben ik dan, slap in de benen, koude tintelingen in handen en voeten en vooral moe.
Mijn oefeningen doe ik trouw, tijdens de kuur wat minder intensief. Door te luisteren naar anderen en hulp te aanvaarden heb ik inmiddels ook de discipline gevonden om ’s middags minimaal een uur te rusten. En die rust doet mij goed, ik vind het heerlijk.

 

Geen bericht, goed bericht…

Veel nieuws valt er niet te melden. Ik voel me goed en verdraag de chemokuren redelijk goed. Omdat ik geen pijn ervaar heb ik besloten om de laatste pijnstilling ook achterwege te laten. Op dit moment ben ik twee dagen zonder pijnstilling en ik ervaar geen pijn, een goed besluit derhalve.
Ik kan weer autorijden en dat gaat goed, niemand knippert, toetert of steekt zijn hand op 🙂
Een forse klus in de camper is, weliswaar met moeite, afgerond en het werkt zoals het moet. Het edele schaakspel wordt mij aangeleerd door onze zoon en hierin merk ik wel snel moe-zijn. Mijn brein ziet en volgt niet alles van dit spel dat nieuw voor mij is.
We wandelen, zodra het weer het toelaat, lekker door, ‘ons’ Pionierspad is gevorderd tot aan de Ketelbrug. Nu via Lelystad, Zeewolde en Almere naar Muiden.
De camper is weer naar onze zin ingericht en we kunnen ermee weg zodra het past, daar hebben we geweldig veel zin in.
Trouw doe ik verspreid over de dag oefeningen en volg de programma’s EHBK en Zhineng van Henk Fransen. Het mooie is dat er volgers van deze blog zijn die ook een programma van Henk Fransen zijn gaan volgen. Dat doet mij goed.

Volgende week ontvang ik het volgende ‘helende goedje’ en dat is nummer 6 van 12. De vraag wat er gaat gebeuren na die 12 kuren is valide, die vraag heb ik ook. De oncoloog zegt; ‘stap voor stap en dan zien we verder’.

 

 

Rot dag

Tot nu toe is de donderdag na de kuur een dag van opbouwen en beter voelen. Zo niet gisteren; beverig, zwak, misselijk, geen eetlust tussen de middag, slap als een vaatdoek en intens moe. Alsof mijn lichaam na drie weken een nieuwe optater krijgt. Bah!
Als ik even op de bank lig, verzucht ik; ‘geen idee wat er aan de hand is, het voelt anders bij de vorige kuren en ik voel met echt klote nu.’  Onze zoon reageert adrem, met heldere en volumineuze stem; ‘je hebt een slokdarm tumor Pap, misschien is dat het wel, geef er maar aan toe!’

Bam! En met twee benen sta ik weer op de grond. Van de maatschappelijk werkster in het ziekenhuis, van de huisarts (vanmorgen op bezoek), van een vriend en van Jannie krijg ik het te horen, neem rust! Voel je lichaam en doe wat je kunt, maar niet meer dan dat. Rust elke dag een uur in de middag, je lichaam heeft het nodig. En dit is wel mijn grootste uitdaging, zodra ik mij iets beter voel wil ik weer iets beetpakken, een klusje doen of opruimen. Ik ga mijn best doen om niks te doen.

 

Vanaf het moment van de diagnose komt de huisarts om de paar weken langs. Dat is heel nuttig om van alles te bespreken over mijn vlekje en de toekomst. Ze heeft veel vragen beantwoord en onzekerheden kunnen wegnemen.
Twee weken terug heb ik al een afspraak geannuleerd omdat het goed ging. Gisteren hebben we afgesproken dat ze voorlopig niet meer op bezoek komt. Ze kan haar tijd beter besteden aan echt zieke mensen :):)

Wens

Wij wensen je een mooi, liefdevol en bewust 2020 
We zien elkaar!

Jannie & Berry

Haiku; blij

Kansen zien, beleven
Blij, uitzicht op toekomst, zijn
Ontspanning, ruimte

Werk?

Wil ik weer aan het werk? Het is een vraag die ik mij zo af en toe stel. Ik realiseer mij steeds vaker wat een prachtige baan ik heb, misschien moet ik wel zeggen had. Echter zover ben ik nog niet! Wanneer ik aan mijn werkplek denk vind ik het lastig om te veronderstellen dat ik er weer kan gaan zitten. Ik merk aan mijn cognitie dat het processen in mijn hoofd meer tijd vergt, dat ik soms woorden moeilijk kan vinden en dat schakelen tussen taken langer duurt. En dit zijn juist de zaken die wij als verkeersleider onder meer nodig hebben om het werk te kunnen doen. Vermoeidheid speelt uiteraard ook een rol, lang aan één taak wijden is lastig geworden, de focus loopt als vanzelf bij mij weg.

Er is ook een andere kant aan dit verhaal. Soms voelt het heel prima om de relatieve rust die ik nu ervaar door te zetten. Geen 210 km per dag meer rijden, geen druk om op tijd te komen, geen ‘verplichte’ e-learnings (wat een hekel heb ik aan die wijze van leren) meer tot mij nemen , geen mededeling meer lezen, geen trainingsbulletins meer lezen en toepassen, geen keuring meer, geen refresch cursus meer, geen werkoverleg meer, geen simulator sessie meer.  Wat een zalige rust brengt dit met zich mee, geweldig.

Een bezoekje aan ‘zaal’, mijn werkplek, vind ik al lastig. Op 12 januari zet ik mij er toch toe om dat even te doen, ook omdat Jannie nog niet eerder in mijn carrière de zaal bezocht heeft vinden wij dit waardevol.