Doe maar niet meer - Familiewerk
22596
post-template-default,single,single-post,postid-22596,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Doe maar niet meer

Van huis naar werk en weer terug heb ik honderdduizenden kilometers afgelegd. En met uitzondering van één ongeval in mijn ‘Eelde tijd’ (’88) heb ik schadevrij kunnen rijden.
En wat mis ik dat autorijden, blijkbaar is het een deel van mijn leven geworden. Een muziekje op, een mantra of de laatste jaren een luisterboek deden de kilometers als vanzelf verdwijnen.

Afgelopen weekend wilde ik nog eens rijden en omdat onze zoon in Lemmer moest voetballen vonden we dat een mooi ritje. Na eerst wat pech in verband met een lege accu toch op weg naar Lemmer. Daar moeten we stoppen voor een verkeerslicht en wij staan als eerste opgesteld en ik wacht op groen. Als dat oplicht rij ik op en van linksvoor wil een bus mijn weg kruisen, ik ga voor de bus langs rechtdoor. Als ik in de spiegel kijk zie ik dat andere auto’s nog gewoon staan te wachten, er rijden ook geen anderen met ons op. Verrek, ik keek naar een verkeerslicht 50 meter verder en niet naar het licht waar ik stond.

Op de terugweg rij ik weer en op een kort stukje snelweg neem ik waar dat ik over de streep van de vluchtstrook heen ga, ik zie het maar het besef en de actie om te corrigeren komt een fractie later, dit is raar!
Dan rijden we op op een lange polderweg met een afslag naar rechts. Voor ons rijdt maar één auto. We naderen de T-splitsing en onze voorligger remt ineens, de chauffeur geeft voorrang aan een forse trekker die vanaf de andere kant de afslag in wil. Ik zie het en wederom komt de reactie later op gang dan zou moeten, er gebeurt gelukkig niets, op korte afstand sta ik stil achter mijn voorganger.

En dan voel ik mij boos worden, wat een stommiteit om zomaar te remmen, om voorrang te geven daar waar het niet hoeft en mij daardoor in de war te brengen. K! Ik toeter en in de auto voor mij gaan de handen omhoog, als de trekker weg is, trek ik fel op en haal al snijdend de auto in en weg ben ik.
Ik voel Jannie en Matthijs naar mij kijken, ik kijk Jannie aan en die heeft grote ogen van verbazing.

 

Thuis hebben we het er nog eens over, blijkbaar is mijn incasseringsvermogen en veerkracht aan het inboeten.
Voor mij is het echter meer dan dit ontdek ik tijdens een slapeloos stuk in de nacht. Ik was boos op mijzelf omdat ik boos werd op een ander. Dat kan toch niet, ik boos worden op mijzelf, daar mag ik mij onderhand wel van bewust zijn. Met al die trainingen en ontwikkelingen. Een soort dubbele afwijzing van mijzelf….  Langzaam komt de slaap weer terug. En ohja, het rijden heb ik nu maar afgezworen, de waarschuwing op de medicijnen ‘kan het reactievermogen beïnvloeden’ begrijp ik nu als geen ander.

 

 

No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.