Breek de Stilte - Familiewerk
36
post-template-default,single,single-post,postid-36,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Breek de Stilte

Na één van mijn stiltewandelingen met een groep kreeg ik onderstaande ervaring toegestuurd; 

“Breek de stilte”

 

Het leek zo heerlijk… makkelijk misschien wel… twee uur lang stil zijn, samen met anderen.

 

Een tijdje terug heb ik mee gedaan met een stiltewandeling. Samen met mijn man liepen we twee uur door een prachtige natuur en bijzonder mooie omgeving zonder een woord te zeggen. Ik had me er op verheugd. Twee uur lang geen vragen, geen antwoorden, geen planning, geen telefoontjes, geen gedachtegoed van iemand anders. Twee uur lang de tijd om mijn gedachten de ruimte te geven die ze nodig hadden. Tenminste… dat dacht ik.

Maar wat heb ik me daarin vergist! De eerste 20 minuten waren pittig. Ik wilde zo graag alle mooie dingen delen die ik zag. Een hele familie eend in de gracht, een dubbele regenboog, een prachtig gevormde wolk. Ik wilde dat delen met mijn man. Ik wil de graag mijn man waarschuwen voor een kever die op het pad liep. Maar het kon niet. En weet je wat? Het frustreerde me. Ik vroeg me af wat het nut was van het zien van mooie dingen als je ze niet kon delen. Het klinkt misschien raar, maar op een gegeven moment maakte het me boos. En het resultaat daarvan was dat ik maar naar beneden keek. Dan maar niets zien!

Maar dat hield ik niet lang vol. Ik hou er van om te kijken naar mooie dingen. Om er naar te zoeken. Ik hou ervan om verrast te worden door de schoonheid van dingen. Ik hou van die tinteling die ik voel als ik iets zie wat ik mooi vind, iets wat me raakt. Ik wilde het niet missen. Daardoor zakte mijn boosheid weer wat weg. En veranderde het wat van binnen.

 

Maar het werd er nu niet echt rustiger op. De storm barste los in mijn hoofd. Mijn gedachten vierden dat ze alle ruimte kregen en benutten die ruimte dan ook tot de max! Wat een onrust. Het suisde in mijn hoofd en lijf. Er was helemaal geen ruimte om rustig te denken. Er was chaos, drukte, geweld. Het voelde alsof ik in een wandeltempo op mezelf aan het jagen was. De ene gedachte vocht met de andere gedachte om aandacht en ruimte. De regie over de binnenkant van mijn hoofd was ik kwijt. En doordat mijn mond dicht bleef leek er ook niets te veranderen. Het gaf een onrust die ik niet kan omschrijven. Het voelde raar om actief te zijn door te wandelen, een hoofd te hebben wat té vol was met gedachten en vervolgens ogenschijnlijk zwijgzaam te zijn. Na een tijdje kon ik me ook niet meer voorstellen dat ik stil was. Het voelde en het leek alsof alles in mij schreeuwde. Hoe kon ik dan toch stil zijn??

Ik trok toen de (voorbarige) conclusie dat dit niets voor mij was. Dit paste niet bij mij… dit paste niet in mij.

Maar mijn gedachten bleken te lijken op mijn zoontje: het raast en rent en haalt het maximale uit de ruimte die hij krijgt, maar als hij moe wordt kruipt hij bij je op schoot en zakt weg in de rust. Het werd stil. Rustig. Vredig. En weet je wat het is met vredig? Het zorgt ervoor dat je niet meer zo goed oplet, dat je niet meer zo alert bent, dat je ontspant…. Op zich een goed iets toch? En het zorgt er ook voor dat de zorgvuldig opgebouwde barrières tussen denken en voelen wat wankel worden.

 

De wandeling ging over voormalige Noordzee grond. Voor mij een bijzondere plek omdat mijn opa als jongetje daar nog heeft gevaren. Mijn opa vertelde me dat hij als kind aan de mast vast werd gebonden bij storm en dat ze soms maar net op tijd de vluchthaven binnen kwamen. Ik herinner me zijn verhalen nog goed. En daar stonden we. Daar stond ik. Denkend aan mijn opa als kleine jongen. Denkend aan mijn opa als vader van mijn vader. Denkend aan mijn opa als mijn opa. Denkend aan de dag van zijn begrafenis. Door de stilte kwam het verdriet omhoog zonder dat ik er woorden voor kon zetten die konden dienen als golfbrekers. Ik zuchtte, slikte, rechtte mijn rug, deed mijn hoofd omhoog en zette een glimlach op mijn gezicht.

Het was hier dat ook de vraag werd gesteld: Wat doe jij bij storm? Hoe ziet jou vluchthaven er uit? De vraag deed me van binnen stil staan. Ik wist het antwoord, maar wilde dit niet uitdenken… ik wilde dit niet doordenken… Ik wilde daar bij weg. Ik wilde daarbij wegvluchten. Maar het lopen op de grond waar mijn opa gevaren heeft en het zijn bij de haven waarin hij geschuild heeft maakte dat ik deze vraag als een niet aflatende wind tegen me aan blies.  Weet je wat ik doe bij storm? Neus in de wind! Pak de golven recht vooruit! Ga niet draaien! Verander niet van richting want door de golfslag kun je omgaan! En een vluchthaven? Dat durf ik niet. Wat als je daar niet meer uit komt? Wat als blijkt dat je zoveel averij hebt opgelopen dat je niet meer verder kunt varen? Kun je beter niet weten toch?  Of wat als je daarna niet meer verder mág varen? Nee… stormen weersta je door de kop recht te houden en door te blijven gaan. Je zucht, je slikt, je recht je rug, doet je hoofd omhoog en met een glimlacht ga je door.

 

Ik raakte het overzicht kwijt. Verdriet, boosheid, missen en vragen streden om ruimte. Vochten met elkaar om een plek om te bestaan. En al die tijd liep mijn lijf en bleef mijn mond stil.

 

Ik raakte moe. Moe van de onrust in mijn hoofd en kon het niet meer goed vasthouden. Ik probeerde boven alles uit te springen om overzicht te verkrijgen, maar kon steeds niet lang genoeg in de lucht blijven om het te begrijpen. Langzaam aan begon ik te stoppen. Te stoppen met springen. Te stoppen met proberen. Te stoppen met dwingen. Langzaamaan begon het rustig te worden. Langzaamaan begon ik te genieten van de hand van mijn man, van de blaadjes op het wandelpad. Langzaamaan begon het ‘nu’ een grotere rol te spelen dan het ‘toen’ en het ‘straks’.

 

Het was op een dijk, met mijn voeten in het gras dat ik het gevoel kreeg dat mijn gedachten, dat mijn hoofd zijn grip op mij een beetje los liet. Een paar minuten voor dat we klaar waren met wandelen zuchtte mijn hart en maakte ik de balans op.

Hand in hand met mijn man

Een hoofd wat pijn deed van het denken

Een hart wat pijn deed van het voelen

Een mond die zweeg

Ja… het was goed

No Comments

Post a Comment