Pow – Wauw

Vier mensen om de pow-wow voeren het ritme aan, heel zacht en aftastende beginnen de vier met hun drumbeater de pow-wow te beroeren. Wij zijn met 17 mensen en ieder heeft zijn eigen intentie om daar te zijn. De intentie melden we niet maar houden we stilzwijgende voor ons.
Voor mij was de intentie om het ‘grote moeten’ te ont-moeten. Waar komt het toch vandaan dat ik zo gedreven aan de slag ga en het één nog niet afgerond heb en met het ander al weer bezig ben. Ik loop van de ene activiteit (vaak een cursus of training) naar de volgende en het moet allemaal zo nodig. Het is een soort verslaving lijkt het wel,  een sterk innerlijke beweging die dat mij laat doen. Als het sterk innerlijk is, dan zal je er ook wel gelukkig van worden, zei iemand eens. En dat is nou net niet het geval, ik start ergens mee en wanneer ik er mee bezig ben, kijk ik alweer uit naar de volgende gebeurtenis. Maar gelukkig wordt ik er niet van, moe, dat wel. Sterker nog, het is verslavend steeds verder gaan. Welke voldoening zoek ik dan toch?
En waar ga je dan heen of waar vlucht je dan vandaan, zou een coach kunnen vragen. En die vragen heb ik mijzelf ook al eens gesteld, ik ken mijn beweging.
Vader en moeder spelen hierin een grote rol, mijn ouders en voorouders hebben continu moeten strijden en werken in en voor hun leven, continu bezig zijn met eten, inkomen en onderdak voor de grote schare kinderen en zichzelf. Zit dit ‘doen’ dan zo sterk in mijn dna, mijn cultuur, mijn opvoeding verweven dat ik dat nog steeds zo kan ervaren, als een haast onbedwingbaar mechanisme?   Dit hele moeten maakt rusteloos en moe en alleen de lichamelijke moeheid keert het tij en doet mij beseffen dat ik te ver ga.
Alhoewel ik tegenwoordig ook steeds vaker kan zeggen dat er bewustwording is wanneer ik weer eens iets wil gaan ondernemen. Ik neem dus mijn eigen voornemen waar en kan er dan een keuze in gaan maken. Nog niet altijd, er is verandering! De NLP vooronderstelling “er is altijd een andere keuze mogelijk’, geeft dit al aan. Dat is ook zo, maar het kost wel moeite!

Terug naar de drumavond; de drum klinkt zacht en er zit al wel een stevig ritme in. Ik volg en luister, ik luister en volg en sla op mijn drum. Er ontstaat een melodie en het geluid begint rond te gaan, al wat luider nu. Geleidelijk aan draagt iedereen, naar eigen voelen, bij aan het geluid. Sommigen heel zacht tikkend op de drum, anderen slaan feller met veel zichtbaar enthousiasme. Ik sla in het midden en dan aan de zijkant, steeds weer, steeds weer en weer en weer. Ik voel, zie en hoor het plezier in mijzelf en om mij heen. Een haast eentonig ritme ontstaat, een soort zoemen en dan gebeurt er iets in mij wat ik nu probeer te beschrijven; tussen alle geluiden hoor ik niets en voel me oneindig leeg, vredig en toch ook aanwezig in de ruimte en met alles wat hier is. Ik hoor de geluiden wel en ik hoor ze ook weer niet. Een vredig gevoel overspoelt mij tussen al het ‘geluidsgeweld’ en ik voel een intens diepe rust waarin alles goed is, alles is oké. Het is geweldig, het is zo bijzonder, tranen komen te voorschijn.

Hoe lang dit duurde weet ik niet en is ook niet zo belangrijk. Feit is dat ik me ineens weer bewust werd van de drumbeater in mijn hand en dat ik werktuiglijk aan het mee drummen was, confuus van het moment van net. En dan realiseer ik mij dat ik in trance was, een heerlijke trance die oneindig ‘leeg’ was.