Ik ben de controle kwijt!

“Verdacht”,  zegt de huisarts tegen mijn vrouw. “Ziet er niet goed uit”, zegt de radioloog. “Borstkanker”, zegt de oncoloog.  En dan verdwijnt de stoel onder mij in een diep zwart gat. Ik kijk naar mijn vrouw en ze knikt met haar hoofd, ze had al gevoeld dat het fout zat.

Daarna zijn er dagen van onzekerheid, ze gaan soms traag glijdend en soms in sneltreinvaart voorbij.  Van alles schiet door mij en ons heen, dood, leven, angst, ziekenhuizen, chemo, kaal hoofd, de kinderen, nu en toen, straks, hoe nu?

Controle, een thema dat ik de jaren hiervoor vaak ben tegengekomen. Mijn vak als parttime luchtverkeersleider bestaat bijna alleen maar uit regels, voorschriften en procedures. Alles om het luchtverkeer veilig en controleerbaar te houden en om de menselijke fout zoveel mogelijk uit te schakelen.
Controle, o wat mocht ik dat graag gebruiken, ik kon niet anders. Plannen; de dag van te voren al in kaart hebben. Reizen; ik weet van te voren hoe laat we aan gaan komen. Studie; ik weet van te voren wat ik ga doen. Deadline; al ver van te voren alles klaar. Op reis met de camper; reisplan gemaakt en voorbereid, mij verrassen ze niet. Wandelen; de hele route ligt klaar, inclusief plan voor het openbaar vervoer en ik weet dan ook al hoe laat we ’s avonds weer thuis zijn (het klopt meestal). Hardlopen; van te voren ken ik de route al die ik ga lopen. Naar het werk; op tijd weg, route gecheckt. Op het werk; van nature alles onder controle, het kan niet anders.
In de jaren bewustzijnsontwikkeling heb ik gezien dat ik deze controle eenvoudig nodig had om mij staande te houden. Althans dat dacht ik, dat heb ik altijd gedacht. En ik leerde los te laten, stap voor stap los te laten. En dat ging niet bepaald makkelijk, hoe diep deze controle in mijn doen en laten gegroefd zat. Maar wat leverde deze strijd een vrijheid op, een minder gespannen zijn, eenvoudiger en makkelijker in het leven staan. Zien van mooi dingen, kleine dingen, kleuren en geuren, een vogel, een rups die kruipt, een druif aan de tak, een kind dat rent, mijn kinderen die al wijs in het leven staan, het krullende haar van mijn vrouw. Mezelf, een kleine jongen in een groot lijf, gelukkig maar.
Het grote moeten en alles willen weten verdween beetje bij beetje uit mijn leven. Tegelijkertijd ontstond er een andere innerlijke ‘drive’ in mij, iets dat meer gestuurd wordt door willen, iets willen betekenen.
De controle is wel gebleven maar in een vorm die bestaat naast voelen en meer en meer functioneel is geworden, die ingezet kan worden wanneer dat echt nodig is.

In deze fase voel ik het laatste restje controle uit mij wegzakken. Ik heb helemaal niets onder controle, niks nada! Ik kan er een beetje om lachen en toch doet het ook nog pijn, het maakt weer een beetje onzeker.
En ik besef dat ik de voorgaande jaren nodig heb gehad om het traject waarin mijn vrouw nu zit en waarin ik dus ook deels zit, aan te kunnen. Tussen alles door kan ik daar dankbaar voor zijn.