Ik ben de controle kwijt!

“Verdacht”,  zegt de huisarts tegen mijn vrouw. “Ziet er niet goed uit”, zegt de radioloog. “Borstkanker”, zegt de oncoloog.  En dan verdwijnt de stoel onder mij in een diep zwart gat. Ik kijk naar mijn vrouw en ze knikt met haar hoofd, ze had al gevoeld dat het fout zat.

Daarna zijn er dagen van onzekerheid, ze gaan soms traag glijdend en soms in sneltreinvaart voorbij.  Van alles schiet door mij en ons heen, dood, leven, angst, ziekenhuizen, chemo, kaal hoofd, de kinderen, nu en toen, straks, hoe nu?

Controle, een thema dat ik de jaren hiervoor vaak ben tegengekomen. Mijn vak als parttime luchtverkeersleider bestaat bijna alleen maar uit regels, voorschriften en procedures. Alles om het luchtverkeer veilig en controleerbaar te houden en om de menselijke fout zoveel mogelijk uit te schakelen.
Controle, o wat mocht ik dat graag gebruiken, ik kon niet anders. Plannen; de dag van te voren al in kaart hebben. Reizen; ik weet van te voren hoe laat we aan gaan komen. Studie; ik weet van te voren wat ik ga doen. Deadline; al ver van te voren alles klaar. Op reis met de camper; reisplan gemaakt en voorbereid, mij verrassen ze niet. Wandelen; de hele route ligt klaar, inclusief plan voor het openbaar vervoer en ik weet dan ook al hoe laat we ’s avonds weer thuis zijn (het klopt meestal). Hardlopen; van te voren ken ik de route al die ik ga lopen. Naar het werk; op tijd weg, route gecheckt. Op het werk; van nature alles onder controle, het kan niet anders.
In de jaren bewustzijnsontwikkeling heb ik gezien dat ik deze controle eenvoudig nodig had om mij staande te houden. Althans dat dacht ik, dat heb ik altijd gedacht. En ik leerde los te laten, stap voor stap los te laten. En dat ging niet bepaald makkelijk, hoe diep deze controle in mijn doen en laten gegroefd zat. Maar wat leverde deze strijd een vrijheid op, een minder gespannen zijn, eenvoudiger en makkelijker in het leven staan. Zien van mooi dingen, kleine dingen, kleuren en geuren, een vogel, een rups die kruipt, een druif aan de tak, een kind dat rent, mijn kinderen die al wijs in het leven staan, het krullende haar van mijn vrouw. Mezelf, een kleine jongen in een groot lijf, gelukkig maar.
Het grote moeten en alles willen weten verdween beetje bij beetje uit mijn leven. Tegelijkertijd ontstond er een andere innerlijke ‘drive’ in mij, iets dat meer gestuurd wordt door willen, iets willen betekenen.
De controle is wel gebleven maar in een vorm die bestaat naast voelen en meer en meer functioneel is geworden, die ingezet kan worden wanneer dat echt nodig is.

In deze fase voel ik het laatste restje controle uit mij wegzakken. Ik heb helemaal niets onder controle, niks nada! Ik kan er een beetje om lachen en toch doet het ook nog pijn, het maakt weer een beetje onzeker.
En ik besef dat ik de voorgaande jaren nodig heb gehad om het traject waarin mijn vrouw nu zit en waarin ik dus ook deels zit, aan te kunnen. Tussen alles door kan ik daar dankbaar voor zijn.

Oordeel

Tijdens alle werkzaamheden rondom huis waren er veel vaklieden bij ons te vinden. Één van de vakmensen die een blik wierp in de meterkast zei dat hij voor een aantrekkelijk bedrag de meterkast wel wilde opknappen. De meterkast bij ons was nog uitgevoerd met de oude ‘draaistoppen’. De kast zag er werkelijk niet uit en als oud-elektrotechniek-student was mij de meterkast al een tijdje een doorn in het oog.
De vakman noem ik hier Jaap uit Friesland en Jaap gaf ik direct opdracht om de meterkast te renoveren. Waarom weet ik eigenlijk niet maar mijn vertrouwen in Friezen en helemaal in Friese vakmensen is groot.  Een paar dagen later bracht hij een nieuwe verdeelkast die er met allerlei aardlekschakelaars indrukwekkend en vooral nieuw uitzag. Ik verwachtte dat hij de kast meteen zou installeren en ik die dag al kon beschikken over het nieuwe spul. Dat kon echter niet, hij zou binnenkort terugkomen om het spul aan te sluiten en de oude zooi te verwijderen.
Wel wilde hij geld hebben voor de geleverde kast, het bedrag voor de installatie zat hier al bij in. Oh, prima zei ik en gaf hem het geld. Een paar honderd euro in dit geval.

En toen begon een lang wachten waarbij mijn geduld aardig op de proef werd gesteld. Na enkelen weken wachten, ging ik maar eens een whattsapp bericht, appje zeg ik altijd, versturen met de vraag wanneer hij van plan was te komen. Er volgde geen antwoord.
De gedachte dat er iets met hem aan de hand kon zijn passeerde kort in mijn hoofd, maar een ander deel van mij vond ‘dat ie op zijn minst toch wel kon antwoorden.’
Op een volgend bericht kwam ook geen antwoord. Toen ben ik met hem gaan bellen, voice mail ingesproken, geen antwoord. De tijd ging voort.
Nogmaals bellen en zowaar, ik kreeg Jaap aan de telefoon.
Hij bleek al een poos ziek thuis te zijn met verschijnselen die met ‘ziek bloed’ te maken had. En wat schrok ik toen hij dat meldde en wat voelde ik mij schuldig over mijn gedram over mijn stomme meterkast.  Voorlopig zou ie niet kunnen komen. Nou ja, ik wist nu tenmiste wat en vond mijn kast niet in verhouding staan tot zijn gezondheidsprobleem.

Maar na enkele maanden begon een stemmetje van binnen te zeuren, zoe ik echt nog wel komen..Via een appje begreep ik dat hij weer aan het werk was gegaan en binnenkort ook bij mij langs zou komen. Goed nieuws!  En wederom bleef het lange tijd stil, geen reacties op mijn berichten, wel gelezen kon ik zien, maar geen reacties.

En toen was de maatvol en stuurde ik een appje waarin ik stelde dat de meterkast nu ‘af moest’ of anders wilde ik mijn geld terug. Nu reageerde hij vlot en zou op een woensdag langs komen, hij was in de buurt. De woensdag ging voorbij zonder bezoek of bericht….. pfffft.
En toen berichtte hij dat hij een vrije dag had genomen en aanstaande vrijdag langs zou komen….”Fijn”, dacht ik, “eerst maar eens zien.”

Op vrijdag kwam Jaap inderdaad en ik was blij hem te zien. Nou ja, meer nog dat de meterkast eindelijk af zou komen. Eerst koffie….
En onder de koffie kwam zijn verhaal van de afgelopen 7 maanden op tafel en naarmate hij zijn verhaal vertelde nam mijn schuldgevoel toe…
Hij heeft ‘een’ bloedziekte met zware vermoeidheids verschijnselen waarvan, na vele onderzoeken, oorzaak en eventuele genezing nog niet duidelijk waren. Financiele problemen met zijn ex-partner (kaalplukken noemt hij het), persoonlijke ellende met de eerdere partner van zijn huidige vrouw, werkdruk, het plotseling overlijden van een vriend waar hij al bijna 30 jaar mee samen werkte en een gevoelige afwikkeling van erfenis. Ik voelde zijn verdriet en pijn mee en moest innerlijk afstand innemen (een nlp hulp) om het verdriet bij hem te kunnen laten.

Terugkijkend wil ik leren uit deze ervaring en daarvoor zijn een paar nlp vooronderstellingen van toepassing; de kaart is niet het gebied, ieder heeft zijn eigen wereldbeeld en uit het communicatiemodel, ik zie de wereld zoals ik het wil zien.
Van dit alles was ik mij tijdens dit hele traject beurteling bewust en vaak ook was het weg of anders gezegd; mijn ego won het van de liefde voor de mens. Ik ben lerend, elke dag weer!

 

Nicht

Hoe kan het toch? Wat is er aan de hand als je iemand maar net ontmoet hebt en het is alsof je iemand al jaren kent. Internet staat vol over dit fenomeen en er wordt dan vaak gesproken over tweelingzielen of zielsverwanten. Een verklaring door middel van de zogenaamde spiegelneuronen is ook in zwang. Over zielsverbanden en neuronen zijn vele boeiende boeken geschreven.

Nu heb ik het -alsof ik de ander al jaren ken- al meerdere keren ervaren. En keer op keer is het contact zo gemakkelijk, zo ongecompliceerd en natuurlijk dat het eenvoudigweg eigen aanvoelt. Het gaat dan om mannen en vrouwen, die ik buiten de werkomgeving tegen kwam. We blijken dezelfde passie te hebben en ook een doel of uitvoering van plannen passen goed bij de wederzijdse ideeën. Ik zou ook kunnen zeggen dat het net een broer of een zus is.

Dat laatste is echter niet het geval. Met mijn broer of zus gaat het contact ‘gewoon’, vaak genoeg zijn er momenten waarop ik ervaar dat ik dingen niet wil, moet of kan zeggen. Of soms wil ik helemaal niets zeggen, gewoon omdat er niets is of omdat ik bang ben om te kwetsen. Soms voelt het contact ook ongemakkelijk en aan bespreken van mijn gevoel kom ik niet eens toe. Gesprekken gaan over oppervlakkige en meer materiele zaken, weinig diepgang.

Alweer bijna twee jaar geleden kwam ik via Facebook in contact met een volle nicht die samen met haar partner al jaren in Frankrijk woont en werkt. Via Messenger naar mail en via mail naar whatsapp en via whatsapp naar een echt contact.
En dan blijkt iets bijzonders; we hebben elkaar veel te vertellen, het contact loopt vloeiend, stiltes zijn oke, er zijn verschillen van mening, er is humor en bovenal is er contact, diep contact. Wat er ook is, is een aanwezig verdriet. Een verdriet dat niet van ons is, niet van haar en niet van mij. Het is er echter wel en is nu bij ons gaan horen.
Daan van Kampenhout schreef een boek met de titel “de tranen van de voorouders”. En dat is zo passend voor onze situatie, tranen zijn er vlug maar waarom dat zo is en waarover de tranen gaan dat is altijd weer de vraag. In een familieopstelling heb ik grote delen daarvan ontdekt en dat maakte mij enorm veel rustiger, een ‘begrijpen’ kwam over mij.

Onze vaders zijn broers, beiden inmiddels overleden. Hoe het contact tussen deze broers (er waren twaalf kinderen in het gezin) was, weet ik eigenlijk niet. Er blijken tussen de vaders zo enorm veel overeenkomsten te zijn dat wij, nicht en neef,  ons er over verbazen. Op geestelijk vlak, mentaal, emotioneel en in gedrag, waren ze bijna spiegels. Ze zouden zo met elkaar uitgewisseld kunnen worden, uiterlijk leken ze ook nog eens op elkaar. Zij delen uiteraard dezelfde familiegeschiedenis en het leeftijdsverschil is klein.

En als we samen verder spitten over en in onszelf, ontdekken we zoveel gelijkenissen, zoveel overeenkomsten in gevoelens, gedachten en doen en laten dat de betekenis van verwanten een nieuwe lading krijgt. Zou het dan toch…….zielsverwanten?
Of, zoals het HeartMath instituut in Amerika heeft onderzocht en bewijst, onze harten verbinden zich met elkaar, worden min of meer één geheel en communiceren met elkaar op één niveau. Een hart verbinding is er zeker. En misschien zetelt onze ziel wel in ons hart….

 

 

 

Steencirkel

Wat heb je toch met stenen?

Stenen zijn dood, koud en hard zou ik een paar jaar geleden geleden hebben gezegd. De boer wil ze niet en een ander wil er mee bouwen. En dit ‘gevoel’ over stenen is rap veranderd na een paar ervaringen.
Vorig jaar zomer deed ik een hunebed wandeling met Johan de ‘hunebed-wandelaar’ Wieberdink in Drenthe,  ik begon er nogal sceptisch aan.

We starten een kennismaking bij het kampvuur op het terrein van Instituut Mirre in Valthe en doen een voorstel rondje. Johan is de kenner en Marjolein begeleidt hem in de rol van heks (?).
Bij het eerste hunebed (de tweeling) vlak bij Mirre doe ik mijn handen gekruist voor de borst en voel verdriet opkomen. Marjolein, die dit signaleert, neemt mij mee naar een ligplaats op de steen van ‘dood en wedergeboorte’. Dan vloeien er bij mij tranen, en niet zo weinig ook. Ik moet huilen en huilen en met horten en stoten komt er allerlei verdriet te voorschijn. Later vraag ik mij af of dit van mij is of zijn het de tranen van mijn voorouders of willekeurige voorouders? Het lucht in ieder geval enorm op. Ik ben verwonderd. Ook blijk ik instaat om te draaien met een pendel, de pendel die ik krijg draait snel grote rondjes. Later probeer ik het nog een keer en dan lukt het weer. Wederom ben ik verwonderd en vraag mij af of ik het draaien kan sturen. Nou dat kan dus ook zo blijkt later die dag.
Bij de afsluiting zegt Marjolein dat ik in ‘de transformatie’ zit. Een heerlijke ont-dekking.

Later ben ik nog één keer alleen naar dit hunebed geweest. Er is een neutraal gevoel, geen bijzondere ervaringen. De pendel (mijn kettinkje) draait maar ik kan niet goed onderscheid maken tussen mijn intentie of een bewegen van buitenaf.

En tijdens onze vakantie in Marokko, in het voorjaar van 2016, lees ik over een steencirkel bij Msoura zo’n 30 kilometer van Asilah. Het plaatsje Asilah ligt  op onze route en we besluiten de steencirkel op te gaan zoeken. We komen langs kleine dorpjes en worden nagestaard, ergens langs de kant van de weg liggen lange stenen maar dit feit dringt niet tot ons door. We dwalen en dwalen en na een half uur vragen en zoeken, ‘het moet hier toch ergens zijn’, keren we om en zoeken de route maar weer op. En daar waar de grote lange stenen liggen is ook de steencirkel te ontdekken. Keurig achter hekwerk, er is een ‘bewaker’ of een ‘guard’, van enige officiële ingang is niets te ontdekken. We kunnen overal over heen wandelen en we vragen ons af of ze hier in Marokko het cultuur- en historische belang van de cirkel inzien, het lijkt van niet. Andere ‘goden’ dan de profeet is bij veel gelovigen in het huidige Marokko niet bespreekbaar. En dan vind ik het wederom jammer dat ik de taal niet goed beheers, in ieder geval in deze streek is er een tijd geweest (misschien nu nog) dat er meer goden in het leven een rol speelde.

Volgens de legende is de cirkel aangelegd door de reus Antaios (Änti in het Berbers) en hij was zowel bij de Grieken, de Romeinen en en Berbers een mythologische held. Wat een wereld van verbinding hier, bijzonder! Änti was onoverwinnelijk en haalde de kracht voor zijn lichaam uit de aarde, hij was beschermer van het Berbervolk. Volgens de overlevering ligt hij begraven in Msoura (Mzoura) in deze enorm cirkel.
De cirkel is nog duidelijk te zien met een enkele hoge rechtopstaande steen, de stenen die langs de weg liggen horen hier dus ook te staan. Onbegrijpelijk hoe deze rechtop gezet zijn en nog staan, tenzij een reus…..

En dan sta ik even stil en overdenk dat er veel meer van deze mystieke steencirkels in de wereld zijn, dat deze een vaak religieuze betekenis hadden bij vele rituelen. En dat ontroert mij, er zit energie in deze stenen en zal steeds vaker ‘stenen’ gaan gebruiken bij mijn werk. Op een bepaalde manier zit er leven in deze stenen, al is het alleen al de energie die om en nabij de stenen heeft bewogen.

 

Moi

Het Noaberpad in Groningen voert langs de Westerwoldse AA, de Ruiten AA en Runde. Riviertjes die weer mogen kronkelen en waarbij de rechte lijnen aan het verdwijnen zijn. Ooit sprak ik eens een oudere man die in zijn eerste werkjaren dit soort watertjes rechttrok met een kraan en bulldozer en toen hij op leeftijd was mocht hij dezelfde ‘kanalen’ weer laten meanderen, “we gaan vooruit naar vroeger”, zei hij.

En het is alsof ik thuis kom daar in Groningen, het ‘moi’ en ‘hoi’ komt van iedereen naar mij toe. Alle mensen, jong en oud, die ik tegenkom zeggen iets en hebben ook alle tijd voor mij. Komt het doordat ik enkelen jaren in Anderen gewoond en op vliegveld Eelde gewerkt heb, dat ik mij zo goed voel in deze omgeving? De taal komt mij makkelijk verstaanbaar over en ik begin al heel snel de ‘n’ op het eind van de woorden weer in te slikken. Het zal wel raar klinken, ik als westerling die probeert half Gronings, half Drents te proaten.

Veel volk neemt de tijd voor een praatje, zo praten we met een andere wandelaar over het koren dat hier overal groeit. Het verschil tussen rogge, tarwe, spelt, gerst of haver ken ik niet goed en voor mij is het bijna allemaal eender, “doar komt gain gebak oet!“. Na enige uitleg en ezelsbruggetjes begint het te beklijven. Ik vind het nog leuk ook om te zien wat er verderop groeit, er zijn een hoop soorten te ontdekken.

Op één van de prachtige zomeravonden komen we aan in Bellingwolde en besluiten nog een avondetappe te doen. 12 Kilometer naar het plaatsje Wedde en we zien wel hoe we terug komen, ‘As’t nait gait zoas’t mot, mot’t mor zoas’t gait.’
In Wedde blijkt één bushalte met inderdaad een belbus (één uur beltijd) en een kroeg annex snackbar. We gaan hier maar eens vragen of er ander vervoer te regelen valt, we hebben goede ervaringen in het verleden in een ander deel van Groningen. De vrouw achter de bar laat duidelijk haar ‘Gruns’ achterwege als ze met ons praat en luister naar ons verzoek. Als wij onze vraag gesteld hebben gaat zij aan het praten en daarvoor heeft ze geen enkele aanmoediging nodig.
Kist wachtn?”, vraagt ze. Ja hoor, tijd genoeg, we laten ons een biertje goed smaken en het praten gaat al wat makkelijker. Ze belt een ‘olle’ vriend uit Veendam en deze gelegenheids-propper wil ons wel vervoeren naar de plek waar de camper staat. We zijn benieuwd.
Een tijdje later komt er een oude man in een nog oudere auto aanrijden en vraagt;  “hou ist der mit?” “Nou goud”, zeg ik en hij lacht. Na een wederom gezellig praatje wil hij ons, voor een overeengekomen bedrag, wel wegbrengen naar Bellingwolde. De barvrouw roept “Dikke Tammo!” naar de chauffeur en “doei” naar ons, we hebben er plezier om.
De chauffeur heeft alle tijd van de wereld, hij krijgt twee sms berichten onderweg en gaat rustig stil staan en de sms lezen. Hij knauwt er behoorlijk plat op los en vertelt ons een deel van zijn levensverhaal over “kop d’r veur holl’n“, en “wievm, begin der noeit aan zei mien opa altied.”
We begrijpen dat hij nu zelf opa is en opnieuw getrouwd en dat er een hoop geduvel en verdriet is rond de kinderen en kleinkinderen. Ik merk dat ik hem systeemvragen wil stellen maar hou dat maar voor me.

Uit deze ontmoetingen en verhalen komt een volk naar voren dat trots is op hun woonomgeving, hun afkomst, gebruiken en taal. Ze zijn gewoon op hun plek daar waar ze zijn. En ik, ik kan er met veel plezier en een bepaalde weemoed naar kijken. Of ben ik gewoon jaloers?

Wereld model

Ken je dat, dat je net wat langer naar een foto staart dan naar andere foto’s? Alsof iets aan je trekt, je blijft er in hangen.
Wellicht ken je dit, net als ik, van de foto van het ‘napalm meisje’ Kim Phuc wegrennend uit haar Vietnamese dorp in 1972 en ook van de foto van de Afghaanse vrouw, wereldwijd bekend als het ‘meisje met de groene ogen’.
Foto’s die betoveren, die mij doen voelen dat er een verhaal is, een levensverhaal achter de foto, achter het gezicht, de mens vertelt een verhaal.
Zo verging het mij ook op de imposante fototentoonstelling van Lieve Blancquaert genaamd Birthday in Zutphen.

…… de donkere vrouw lijkt los te komen van haar omgeving, haar baby ligt op schoot, gewikkeld in doeken. De vrouw staart met opengesperde bruine ogen over de baby heen met haar hoofd licht schuin naar beneden gericht, de baby grijpt in het luchtledige ….
Ja, naar wat staart de vrouw eigenlijk…, wat ziet ze, wat denkt ze. Haar toekomst, de toekomst van haar baby, van haar land? Denkt ze over haar partner, de vader. Is er pijn, is er verstopte vreugde? Ik huiver licht bij dit beeld, komt dit door mijn beeld van haar wereld, van wat ik denk dat goed of fout is, doordat ik denk dat ze nagenoeg kansloos is? ‘Eenzaamheid’ dat is wat resoneert in mijn hoofd, eenzaam en ik voel mij er ook schuldig bij.

Binnen NLP is ‘ieder heeft een eigen model van de wereld’ een veel gehanteerd begrip, een zogenoemde vooronderstelling. Tijdens deze tentoonstelling en bij deze foto ervaar ik hoe beperkt mijn model van de wereld echt is. Van de ‘bevallingenwereld en kansen van baby’s en mensen weet ik niets, geen idee hoe deze vrouwen (en vaders) tegen hun wereld aankijken.
Als ik er iets uit leer dan is het wel hoe nuttig de vooronderstelling ‘model van de wereld’ kan zijn, de vooronderstelling doet mij beseffen dat ik terughoudend mag zijn met mijn mening, mijn gedachten en zelfs mijn gevoelens als het gaat om contacten met of begeleiden van mensen. ‘Benader een ander alsof hij is zoals hij bedoeld is te zijn’, hoorde ik gisteren. En deze uitspraak vind ik zo mooi.

In de tentoonstelling zie ik letterlijk en figuurlijk modellen van onze wereld. Een realistische kijk op de wereld zoals wij die geschapen hebben en in ondanks alle goede wil in stand weten te houden.
Mijn ogen zijn door de ogen van Lieve een klein stukje verder open gegaan.

Quote uit het fotoboek ‘birthday’. “Waar en hoe een kind wordt geboren, is als een spiegel van de maatschappij. Je verdere leven lijkt helemaal uitgestippeld door die paar vierkante meter waar je moeder je op de wereld zet. In de baarmoeder is er geen ruimte voor uiterlijk vertoon. Arm, rijk, zwart, blank, gelovig of ongelovig…ieder kind begint met dezelfde eerste schreeuw. Dat moment duurt niet langer dan een fractie van een seconde. Nadien zijn we allemaal anders. De eerste aanraking, de eerste wikkelband die je om je heen krijgt is tekenend voor de rest van je bestaan.”

 

Brownies en Downies

brownies en downies

Toen ik aan de dame op straat vroeg waar er een gelegenheid was om koffie te drinken zei ze; “daar zit iets nieuws, ik hoor wel dat het lang duurt hoor daar”, kennelijk een waarschuwing. Met haar oplopende bevestigde ze dat nog eens en ik concludeerde hardop; “U bent er zelf niet geweest ….?”  “Nee”, zei ze, “daar komen wij niet, wij hebben ons eigen terras”.

Mijn interesse was gewekt en tijd zat, naar binnen dus. En met Martie, ons overleden (schoon)zusje die ook het syndroom van Down had, in gedachten keken wij in de rondte.
Schoon en sfeervol dit restaurant, overduidelijk ‘downies’ in de bediening, mensen met een kleurtje en met een hoofddoek, twee personen die blijkbaar deze Brownies en Downies vestiging ondersteunden, een viertal druk pratende bezoekers en wij, twee wandelaars met vieze schoenen en een rugzak.

In de winkelstraat waren weinig zonnige gezichten te zien, deze middag. Het zal wel te maken hebben gehad met de teleurstellende zonsverduistering vandaag. De zon liet zich niet zien en de bewolking zorgde voor een totale zonsverduistering.
Maar gelukkig waren er binnen in de Brownies en Downies wel zonnetjes aanwezig. De aanwezigen van het team straalden ons tegemoet, een heerlijk warm welkom. We genoten van de koffie en hot brownie en vervolgden ons pad. Bedankt team!

En later moest ik nog eens aan de hulpvaardige dame denken en dacht; wat is dit restaurant een prachtige ontwikkeling. Door mensen op deze manier aan de maatschappij deel te laten nemen, helen wij het systeem, helen wij een klein beetje verder onze maatschappij.
Op deze wijze vinden wij onze plaats, vindt iedereen zijn eigen plek naast elkaar en tussen anderen in. Geweldig vind ik dat!

Meer lezen over dit warme initiatief, kan hier.

 

Straatjournaal

Vanmiddag liep ik de supermarkt binnen en op de hoek stond de onbekende en tegelijkertijd ook weer bekende man met een blad. De daklozen krant zal dat wel zijn, dacht ik en keek naar de man die er niet bepaald dakloos (..)  uitzag.. Onze ogen hadden contact en ik zag een paar bruine ogen die ik waterig droef vond. Binnen in de supermarkt zoekende naar de boodschap schoot mij ineens het volgende te binnen “heb jij vandaag al iets goeds gedaan?”…..  Bij de kassa stopte ik een euro in mijn zak en liep naar de auto en liep zonder te kijken langs de ‘dakloze’ man. Net hem voorbij keerde ik mij om en besloot het blad te kopen. Ik gaf de man een euro en kreeg het blaadje. En toen wees de man mij op de bovenhoek van het blad, €1,95 stond er.
Meteen was er de gedachte; “veel voor zo’n blad”. Een beetje verlegen met deze gedachte gaf ik nog een euro en vervolgde de weg naar de auto. Thuis drukte ik het blad tussen de oude kranten en dat was het dan, dacht ik.

En in de avond pakte ik toch het blaadje tussen het oud-papier vandaan en ging zitten lezen. Een artikel over ‘openbaarheidsdag’ trok mijn aandacht. In het artikel wordt beschreven hoe onderzoeksjournalisten in het Nationaal Archief duiken omdat de geheimhouding van overheidsarchieven uit de jaren 1939, 1964 en 1989 onlangs is vervallen.

Ik realiseer me hoe belangrijk het is dat de geschiedenis wordt gekend. Voor jou als individu is het van belang om jouw familiegeschiedenis te kennen, daar ligt namelijk je bedding, je roots, daar kom je vandaan. Ook daardoor ben je gevormd tot de persoon die je nu bent.
En voor ons allemaal is het goed dat er meer en meer bekend wordt over onze collectieve geschiedenis, het is geschiedenis waarin onze ouders en voorouders zijn opgegroeid. Zij kunnen er vanuit hun gezichtspunt over verhalen en ons deelgenoot maken. En lotgenoot van de historie zijn we allemaal, ik juich het toe als dit inzichtelijk en openbaar wordt. Wat een nuttig werk doen onze onderzoeksjournalisten.