Oordeel

Tijdens alle werkzaamheden rondom huis waren er veel vaklieden bij ons te vinden. Één van de vakmensen die een blik wierp in de meterkast zei dat hij voor een aantrekkelijk bedrag de meterkast wel wilde opknappen. De meterkast bij ons was nog uitgevoerd met de oude ‘draaistoppen’. De kast zag er werkelijk niet uit en als oud-elektrotechniek-student was mij de meterkast al een tijdje een doorn in het oog.
De vakman noem ik hier Jaap uit Friesland en Jaap gaf ik direct opdracht om de meterkast te renoveren. Waarom weet ik eigenlijk niet maar mijn vertrouwen in Friezen en helemaal in Friese vakmensen is groot.  Een paar dagen later bracht hij een nieuwe verdeelkast die er met allerlei aardlekschakelaars indrukwekkend en vooral nieuw uitzag. Ik verwachtte dat hij de kast meteen zou installeren en ik die dag al kon beschikken over het nieuwe spul. Dat kon echter niet, hij zou binnenkort terugkomen om het spul aan te sluiten en de oude zooi te verwijderen.
Wel wilde hij geld hebben voor de geleverde kast, het bedrag voor de installatie zat hier al bij in. Oh, prima zei ik en gaf hem het geld. Een paar honderd euro in dit geval.

En toen begon een lang wachten waarbij mijn geduld aardig op de proef werd gesteld. Na enkelen weken wachten, ging ik maar eens een whattsapp bericht, appje zeg ik altijd, versturen met de vraag wanneer hij van plan was te komen. Er volgde geen antwoord.
De gedachte dat er iets met hem aan de hand kon zijn passeerde kort in mijn hoofd, maar een ander deel van mij vond ‘dat ie op zijn minst toch wel kon antwoorden.’
Op een volgend bericht kwam ook geen antwoord. Toen ben ik met hem gaan bellen, voice mail ingesproken, geen antwoord. De tijd ging voort.
Nogmaals bellen en zowaar, ik kreeg Jaap aan de telefoon.
Hij bleek al een poos ziek thuis te zijn met verschijnselen die met ‘ziek bloed’ te maken had. En wat schrok ik toen hij dat meldde en wat voelde ik mij schuldig over mijn gedram over mijn stomme meterkast.  Voorlopig zou ie niet kunnen komen. Nou ja, ik wist nu tenmiste wat en vond mijn kast niet in verhouding staan tot zijn gezondheidsprobleem.

Maar na enkele maanden begon een stemmetje van binnen te zeuren, zoe ik echt nog wel komen..Via een appje begreep ik dat hij weer aan het werk was gegaan en binnenkort ook bij mij langs zou komen. Goed nieuws!  En wederom bleef het lange tijd stil, geen reacties op mijn berichten, wel gelezen kon ik zien, maar geen reacties.

En toen was de maatvol en stuurde ik een appje waarin ik stelde dat de meterkast nu ‘af moest’ of anders wilde ik mijn geld terug. Nu reageerde hij vlot en zou op een woensdag langs komen, hij was in de buurt. De woensdag ging voorbij zonder bezoek of bericht….. pfffft.
En toen berichtte hij dat hij een vrije dag had genomen en aanstaande vrijdag langs zou komen….”Fijn”, dacht ik, “eerst maar eens zien.”

Op vrijdag kwam Jaap inderdaad en ik was blij hem te zien. Nou ja, meer nog dat de meterkast eindelijk af zou komen. Eerst koffie….
En onder de koffie kwam zijn verhaal van de afgelopen 7 maanden op tafel en naarmate hij zijn verhaal vertelde nam mijn schuldgevoel toe…
Hij heeft ‘een’ bloedziekte met zware vermoeidheids verschijnselen waarvan, na vele onderzoeken, oorzaak en eventuele genezing nog niet duidelijk waren. Financiele problemen met zijn ex-partner (kaalplukken noemt hij het), persoonlijke ellende met de eerdere partner van zijn huidige vrouw, werkdruk, het plotseling overlijden van een vriend waar hij al bijna 30 jaar mee samen werkte en een gevoelige afwikkeling van erfenis. Ik voelde zijn verdriet en pijn mee en moest innerlijk afstand innemen (een nlp hulp) om het verdriet bij hem te kunnen laten.

Terugkijkend wil ik leren uit deze ervaring en daarvoor zijn een paar nlp vooronderstellingen van toepassing; de kaart is niet het gebied, ieder heeft zijn eigen wereldbeeld en uit het communicatiemodel, ik zie de wereld zoals ik het wil zien.
Van dit alles was ik mij tijdens dit hele traject beurteling bewust en vaak ook was het weg of anders gezegd; mijn ego won het van de liefde voor de mens. Ik ben lerend, elke dag weer!

 

Een gesprek met mijn vader

….. en ineens zit ie daar op de bank in onze tuin, mijn vader. Hij ziet er goed uit, beter dan toen ik hem voor het laatst zag. Hij is grijs, zijn ogen staan anders dan vroeger, niet meer flets, zijn holle blik is verdwenen, straalt hij?, denk ik.
Ik wil wat zeggen, maar hij is mij voor: “dag Berry, hoe is het met je?”
Hoe is het met je, hoe is het met je? Ik voel dat ik boos word… dat heeft ie nog nooit in zijn leven gevraagd en nu ie dood is, stelt ie zo’n vraag!

“Goed,” zeg ik, “maar wat doet u hier?” “Gewoon, eens praten met je, daar heb ik vroeger zo weinig tijd voor gehad.” “Geen tijd voor genomen, zult u bedoelen.” Het is eruit voor ik het besef.
“Ja, dat is ook een manier om er naar te kijken, dat kan ook.”

“En hoe komt u hier eigenlijk, dit kan niet!” “Dat weet ik niet,” zegt vader en zijn mondhoeken gaan licht omhoog, “ik kan mij niet herinneren hoe ik hier kom, het is gewoon zo.”
Boven onze hoofden strijkt een duif neer op het rekje naast de druif, zijn koppie gaat heen en weer en gluurt naar beneden. Spontaan en met mijn ogen gericht op de duif begin ik te praten alsof dat mijn vader is. Mijn vader die niet nog op het bankje zat is weg. Dan vliegt de duif weg en mijn vader zit er weer, ik snap het niet.
Ik schaam mij, ik vraag mijn vader van alles en nog wat en lijk niet eens blij om hem te zien. Waarom zeg ik niet gewoon dat ik hem gemist heb..
“Ik heb u gemist, pa”, zeg ik dan, zomaar.
“Ik jou ook zoon.”
De duif koert in de prunus en een ander antwoordt op het dak, een bij zoemt langs, verder is het stil.
De stilte wordt pijnlijk en ik voel verdriet omhoog wellen, mijn keel knijpt dicht. En zoals vroeger kijken we langs elkaar heen, we zeggen niets en alles.

Pa verbreekt mijn denken en half vragend: “wat was ik druk hé, tijdens mijn leven?”
Wat wilt u nu, denk ik. Bevestiging, u zelf verontschuldigen?
“Nou”, mompel ik: “pas in de afgelopen jaren, tijdens NLP ben ik dit gaan begrijpen en volgens ma was u inderdaad nogal druk.”
“Wat is NLP?”
“Dat leg ik straks nog wel uit,”
antwoord ik kortaf.

Ik heb dit al veel vaker proberen uit te leggen aan mensen en merk dan aan het gesprek dat mensen afhaken, ik kan dat ‘zeggend’ niet zo goed duidelijk maken, het is ook echt iets om te doen en te ervaren. Ik laat het nu ook maar, misschien straks.
Mijn vrouw komt de tuin inlopen en gaat op het bankje zitten, op vaders plek. Vader is weg! Ik vertel haar wat ik aan het doen was en dan komen de tranen.
Ze loopt weg om thee te zetten en vader is er weer….

“Waar was u, net?”
“O”, zegt hij rustig, “even weg……, dit is tussen jou en mij, een vader en zoon gebeuren, ik kan wachten hoor, ik heb alle tijd.”
Ik snap er helemaal niets van, zo zit hij levensecht tegenover me en het andere moment is hij verdwenen.
“En waar was u dan zo druk mee allemaal?”
“Ik was nogal ambitieus en wilde de wereld verbeteren. Ik vond dat ik alles beter kon dan de ander en alles moest anders.”
“En u voetbalde ook nog in het 1e van ESTO?”
“Ja, dat waren mooie tijden met Sinko en Wim Bealde en op doel stond je ome Paul en ik was spits.” Hij zucht tussendoor. “Ik was een heel snelle spits, ik scoorde veel en had een goed schot”. “Toen jij kwam was ik 25 en ik denk dat ik tot mijn 32e gevoetbald heb.”
“Tot uw 31e,” zei mam.  “Ze nam mij mee in de kinderwagen en ging nog wel eens mee kijken.”
“O, dat zal dan wel, je moeder onthoudt dat soort dingen nog steeds goed.”
Zou hij gewild hebben dat ik ook een goede voetballer werd, vraag ik mij af.
En hij vervolgd: “ik ben gestopt met voetballen na een opmerking over mensen met een kleur na een wedstrijd tegen Moordrecht, daar woonden veel Molukkers en dat waren gemene gasten.”
O, ja die opmerking ken ik, herinner ik mij, ik meen ook dat moeder mij er een bewaard krantenartikel over heeft laten lezen.
“Ja, tegenwoordig zou dit leiden tot een media-rel en royeren van het lidmaatschap.”
“Toen lachten we erom en het bestuur suste de rel.”

Het is even stil tussen ons, ik zie hem denken en een vraag formuleren.
“Voetbalt de oudste weer”?
“Nee, hij is niet meer gaan voetballen, hij was keeper trouwens.” “Laatst zei hij dat ie verlangde naar het keepen, dus wie weet.’
“En onze jongste is ook gestopt en denkt er ook over weer te gaan trainen en dan te gaan voor het 1e team”.

Mijn vader glimlacht breed uit, deze boodschappen doen hem zichtbaar goed.
Tja, het was en is nu eenmaal zo, ik heb in het spelletje nooit plezier gehad.
Alsof ie mijn gedachten leest: “Ik had graag gezien dat je broer en jij ook zouden gaan voetballen. Een paar jaar had ik hoop maar je broer vond het niks en toen jij wat dikker werd na de lagere school vervloog mijn hoop.” “Toen jouw leider je uit het elftal zette was het helemaal snel afgelopen.”

Daar zit nog wat pijn bij mij merk ik.

“Wist u dat dan, dat ik eruit moest?” antwoord ik verbaasd.
“Oja, dat deed mij pijn, maar dacht dat je wel begreep waarom.” “Ik zat toen al in het bestuur en wist overal en alles van.”
En ik dacht ik het alleen maar wist…. “Maar…. u heeft er met mij nooit over gesproken.”
“Nee, dat kon ik niet.” “Het hoort nu eenmaal bij voetbal, de besten gaan naar de hoogste elftallen, de minder goeden vallen af of gaan naar een lager elftal.” “Ik dacht dat moeder er wel met je over zou praten”.
“Nee, nooit”. Ik doe kortaf.

Hij zegt niets en kijkt nu wel een beetje hol voor zicht uit. Peinzend zegt ie: “Dat is niet goed van mij geweest, ik had dat beter kunnen zien maar voor toen was het echter in orde.”
“Maar ja, die drukte hé. Altijd was er wat . Ik ben ook nog een jaartje trainer geweest en ging toen weer verder in het bestuur.”

Ik associeer mij met zijn leven en zie als een film zijn leven, zijn overleven, ik weet er blijkbaar toch veel van, het harde werken, de zorgen voor iedereen, de relatie met andere mensen, zijn ouders en zijn ziekte. Op een diepere laag dan voorheen ontstaat er begrip, een besef over zijn leven, de mooie jaren en de minder goede. Dit duurt een poosje en als ik opkijk is vader verdwenen, het bankje is leeg. Ik zoek om mij heen, niets!
Vlak hierna zet ik een en ander op papier en wanneer ik het zit te schrijven is het net alsof het niet gebeurd is.

 

Bovenstaande is onderdeel van een uitgebreider helingsproces en geïnspireerd op het ‘kampvuur gesprek’ zoals gebruikt door Brandon Bays. Wil jij ook daadwerkelijk een start maken met heling en vergeving dat nodig ik je uit om contact met mij op te nemen, je bent welkom!

 

 

Wereld model

Ken je dat, dat je net wat langer naar een foto staart dan naar andere foto’s? Alsof iets aan je trekt, je blijft er in hangen.
Wellicht ken je dit, net als ik, van de foto van het ‘napalm meisje’ Kim Phuc wegrennend uit haar Vietnamese dorp in 1972 en ook van de foto van de Afghaanse vrouw, wereldwijd bekend als het ‘meisje met de groene ogen’.
Foto’s die betoveren, die mij doen voelen dat er een verhaal is, een levensverhaal achter de foto, achter het gezicht, de mens vertelt een verhaal.
Zo verging het mij ook op de imposante fototentoonstelling van Lieve Blancquaert genaamd Birthday in Zutphen.

…… de donkere vrouw lijkt los te komen van haar omgeving, haar baby ligt op schoot, gewikkeld in doeken. De vrouw staart met opengesperde bruine ogen over de baby heen met haar hoofd licht schuin naar beneden gericht, de baby grijpt in het luchtledige ….
Ja, naar wat staart de vrouw eigenlijk…, wat ziet ze, wat denkt ze. Haar toekomst, de toekomst van haar baby, van haar land? Denkt ze over haar partner, de vader. Is er pijn, is er verstopte vreugde? Ik huiver licht bij dit beeld, komt dit door mijn beeld van haar wereld, van wat ik denk dat goed of fout is, doordat ik denk dat ze nagenoeg kansloos is? ‘Eenzaamheid’ dat is wat resoneert in mijn hoofd, eenzaam en ik voel mij er ook schuldig bij.

Binnen NLP is ‘ieder heeft een eigen model van de wereld’ een veel gehanteerd begrip, een zogenoemde vooronderstelling. Tijdens deze tentoonstelling en bij deze foto ervaar ik hoe beperkt mijn model van de wereld echt is. Van de ‘bevallingenwereld en kansen van baby’s en mensen weet ik niets, geen idee hoe deze vrouwen (en vaders) tegen hun wereld aankijken.
Als ik er iets uit leer dan is het wel hoe nuttig de vooronderstelling ‘model van de wereld’ kan zijn, de vooronderstelling doet mij beseffen dat ik terughoudend mag zijn met mijn mening, mijn gedachten en zelfs mijn gevoelens als het gaat om contacten met of begeleiden van mensen. ‘Benader een ander alsof hij is zoals hij bedoeld is te zijn’, hoorde ik gisteren. En deze uitspraak vind ik zo mooi.

In de tentoonstelling zie ik letterlijk en figuurlijk modellen van onze wereld. Een realistische kijk op de wereld zoals wij die geschapen hebben en in ondanks alle goede wil in stand weten te houden.
Mijn ogen zijn door de ogen van Lieve een klein stukje verder open gegaan.

Quote uit het fotoboek ‘birthday’. “Waar en hoe een kind wordt geboren, is als een spiegel van de maatschappij. Je verdere leven lijkt helemaal uitgestippeld door die paar vierkante meter waar je moeder je op de wereld zet. In de baarmoeder is er geen ruimte voor uiterlijk vertoon. Arm, rijk, zwart, blank, gelovig of ongelovig…ieder kind begint met dezelfde eerste schreeuw. Dat moment duurt niet langer dan een fractie van een seconde. Nadien zijn we allemaal anders. De eerste aanraking, de eerste wikkelband die je om je heen krijgt is tekenend voor de rest van je bestaan.”

 

Schuld en onschuld

Commandant Dominic Ongwen van het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA) wordt geëscorteerd naar het internationaal gerechtshof in Den Haag.
Aanklagers van het ICC beschuldigen Ongwen van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan onder meer moord, verminking en het opzettelijk aanvallen van burgers.

In een vraaggesprek op radio 1 wordt aangegeven dat Ongwen als rebellenleider zonder twijfel afschuwelijke dingen heeft gedaan. Maar is hij ook niet slachtoffer, omdat hij op zijn tiende door het Verzetsleger van de Heer is ontvoerd en als kind gedwongen werd mensen te vermoorden?

Een woordvoerder van de Oegandese regering geeft op radio 1, een bijzondere kijk op het berechten van Ongwen; hij geeft aan dat het berechten van Ongwen in Den Haag binnen de bevolking van Oeganda veelal onbegrijpelijk is. Door de man weg te halen van zijn slachtoffers kan er geen verwerking op gang komen. De man hoort thuis in Oeganda en moet daar berecht worden. Er vindt geen rechtvaardiging plaats als de strafmaat in Den Haag bepaald wordt. Het wordt door de bevolking aldaar niet begrepen. De mensen krijgen niet de tijd om hem weer op te nemen in hun maatschappij. Ongwen hoort thuis in Oeganda en zal daar door het volk berecht worden wanneer hij in Oeganda is. Dat gaat langzaam, een ieder kan dit op eigen manier en tempo doen. De woordvoerder zegt dat zijn ‘stam’ geen autonome rechtspraak instantie kent. Iemand met iets op zijn kerfstok komt terug in het eigen systeem, de stam, het dorp of familie en daar wordt op natuurlijke wijze mee omgegaan. De dader gaat schuld ervaren door de aanwezigheid van slachtoffers, de slachtoffers gaan waarheid ervaren doordat de dader onder hen is.
Het langdurig uitplaatsen van een dader geeft de slachtoffers geen kans te helen. De dader kan ook de slachtoffer energie gaan voelen en het slachtoffer de daderenergie.
Daders en slachtoffers ‘moeten’ elkaar in de ogen zien om het leedwezen, de pijn en angsten en schuld bij de ander te ervaren.

Schuld en onschuld, dader en slachtoffer, culturen en ethiek. Het loopt in elkaar over en maakt dit tot een complexe dynamiek.