Ik was mijn haar

Een gedicht van mijn vrouw voor iedereen die een steuntje in de rug kan gebruiken omdat kanker hun  deel is geworden.

Wat ooit was

Dag haar, dag mooi dik donkerblond haar
Je was me dierbaar, vele jaren heb je me gediend
Nu is het tijd voor iets anders
Maar het afscheid valt me zwaar

Hoe kom je straks terug na het langdurige gemis
Misschien wel mooier en sterker
Mischien wel grijzer en wijzer
Ik kan niet wachten tot het zover is

Hoe zou het zijn: mijn bolletje in de lentezon
Maar eerst wacht de winter, de kale koude winter
En ga ik verstillen
Zoals de rups zich terugtrekt in zijn cocon

Om vervolgens uit te vliegen, herboren als vlinder
Zonder zorgen voor de dag van morgen
Een nieuwe horizon tegemoet
En zonder enige hinder…

van wat ooit was

Jannie Tichelaar

Al dit moois…

Tachtig jaar is hij bijna en nu ligt hij in het ziekenhuis omdat zijn lichaam geen rode bloedlichaampjes meer aanmaakt. Om de drie weken krijgt hij vers bloed en na een paar uur  “ben ik weer doorgesmeerd”, zegt ie. Een ‘paar uur’ is een understatement; om kwart over acht is ie er al en pas tegen drie uur kan hij weg, een lange servicebeurt, vind ik.
Hij ligt naast mijn vrouw en met verbazing hoor ik hoe snel ze kennismaken en de reden delen van het hoe en waarom in het ziekenhuis zijn.
Hij ligt alleen en als ik vraag of zijn vrouw nog leeft, zegt ie: “Zeker man!” Ze is thuis, haar knie wil niet meer en daarom ga ik met de auto maar alleen hierheen. Tussen de middag is ie bijna verbolgen als hij  één pakje kaas krijgt voor twee boterhammen, “de vorige keren kreeg ik er twee.” De man wil graag praten over auto’s en ik doe wat mee, het wordt snel technisch over krukassen, olie en de slechte materialen die er vroeger waren. Ik haak dan af en probeer wat te lezen.
“Het is me allemaal wat”, zegt hij plotsklaps en ik kijk op uit het tijdschrift. “Hè, net zo interessant dit stuk over Antarctica en de smeltende ijskappen”, denk ik en zucht onhoorbaar. Mijn vrouw ziet het en glimlacht, later zegt ze dat ze blij was dat ik met haar buurman wilde praten. Ze was moe.

Ik ga in op zijn zinnetje en we praten over dood en leven en of hij bang is voor de dood, vraag ik. Hij kijkt mij aan en is stil. “Ik denk er heel veel over”, zegt ie. “Maar bang, nee dat ben ik niet.”  Ik vraag me af of ie dit zo voelt of dat ie nog steeds denkt.
Er is nu contact op een niveau dat anders is dan over zijn werk als automonteur, mooi. Even valt er een stilte tussen ons in als hij helder spreekt: “Ik wil al dit moois nog niet achterlaten.” Bij ‘moois’ maakt ie een gebaar met zijn infuusvrije hand. En ‘moois’ blijkt dan het leven zelf te zijn. Het is toch ‘mooi’ dat dit allemaal kan en hij kijkt naar zijn infuus en zijn hand. “Ik ben er blij mee dat ik nog even verder kan zo.” Thuis bereiden ze zich voor op zijn eventueel overlijden, de dingen die hij altijd al deed, draagt hij stukje voor stukje over aan zijn vrouw.

Liefde proef ik, zoveel liefde, zo groot dat het de ziekenhuiskamer haast uitbarst. Tot over drie weken lieve man, we zien elkaar!

Zeg me dat het niet waar is

Bij het horen van dit liedje van Frank Boeijen huilen we een tijdje. Hij verwoordt wat we al dagen voelen en willen; “zeg met dat het niet waar is”.

We zijn de ellende nog steeds aan het ontkennen, we doen van alles en alsof er niets gebeurd is. Realiseren we ons wel wat er gaande is? Accepteren we het wel goed of is het accepteren een tergend traag traject, iets dat tijd nodig heeft en pas heel langzaam tot het besef doordringt?
Echter, huisartsen, oncologen, verpleegkundigen en chirurgen behandelen mijn vrouw als patient. De familie is ongerust, vrienden komen langs en whattsapp is rood gloeiend van de lieve woorden en steun. Beseft de buitenwereld het beter dan wij?
Er zijn momenten waarop het me allemaal even te veel wordt, ik huil dan kort en kan weer verder. Meeste tijd ben ik aan het werk in de aanbouw en vliegt ook daar de tijd voorbij. Pas als ik het huis weer binnen ga, komt de realisering van de kanker weer bij me.

We worden geleefd, geleefd door afspraken en zaken die moeten gebeuren. We lezen veel over de ziekte, over het verloop, over de verwachtigen en veel meer. We worden nog eens deskundigen, in ieder geval ervaringsdeskundig. Tussendoor is er amper tijd om over ervaringen te spreken, goed in te voelen en met elkaar te delen. Zou het daarom zijn dat dit liedje ons, ondanks de tranen, goed doet. Onze gevoelens komen naar buiten en worden doorleefd en dat lijkt me alleen maar goed. De muziek legt allerlei neurologische verbindingen en maakt contact met ons emotioneel centrum in de hersenen, lees ik een glossy. Helende tonen dus en zo wil ik er liever naar kijken.

 

Luisteren en kijken naar het liedje kan hier……https://youtu.be/AQLnJ9ugFXU

Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet waar is

Ga je mee vanavond
Naar ons lievelings restaurant
Een tafel voor twee
Ik heb gebeld
Ze weten ervan
En we drinken
Totdat de zon op komt
En we vergeten
De oneerlijkheid van het lot

Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet waar is

Kom we gaan
Trek je jas aan
Anders word het te laat
Kom eens hier, ik houd je vast, ik laat je nooit meer gaan
En ik vertel je een grap die je laat huilen van de lach
En we vergeten de blikken van de mensen in de stad

We doen net alsof het niet zo is
Alsof het niet zo is
Alsof het niet waar is

We doen net alsof ze gewoon verder leeft
Alsof ze gewoon verder leeft
Zelfs als het niet zo is

Kunstenaar aan tafel

Na een korte wandeling in Hoch-Elten komen we terug bij onze camper en aan de houten picknicktafel die naast onze camper staat zitten drie mensen te praten, we wisselen wat beleefdheden uit en voor we het weten zitten we aan tafel en hebben gespreksstof dat iedereen aan tafel bezig houdt. Ieder met zijn verhaal, de hoofdpersoon is vanavond een man,  een beeldend kunstenaar.

De kunstenaar verblijft sinds sinds een halfjaar in een zelf beschilderde camper, geen vaste verblijfplaats, wel heeft hij werk in de buurt. Vaak slaapt hij hier en soms weer daar. Zijn levensverhaal gaat veelal over het geloof; vastgelopen in de strenge dogmatische wereld van een zwaar gereformeerde kerkstroming ontworstelde hij zich uit dit systeem. Of misschien wel beter, de worsteling zet zich maar voort. En zoals dat dan gaat wanneer wij onze vrijheid trachten te vinden probeert het systeem ons uit alle macht vast te houden. Dat wat hoort en moet, zal gebeuren, vaders en dominees wil is wet. Het systeem en of dit nu familie of het geloof is, probeert stabiel te blijven en wanneer dit aan het wankelen wordt gebracht  komt er hoe dan ook een reactie.
De kunstenaar heeft een enorme energie gestoken in het loskomen en  wanneer het systeem ontdekt dat hij niet meer vast te houden is en echt zelf wil leven, wordt hij met dezelfde energie verstoten. Los van huis en haard, los van familie, los van vader en moeder.

Maar echt los kan niet, de verbinding is er en ook wanneer de ander of jij het niet meer wilt, blijft die verbinding bestaan. Juist dan! Gelukkig is de kunstenaar bij sommige familieleden welkom, maar onmiddellijk wordt getracht hem weer binnen het systeem (kerk, familie) te krijgen. Maar dan wel als hij zich aanpast, tja en daar is nu net alles om begonnen.
De energie die in hem vrij is gekomen heeft hij omgezet in kunst, hij schildert, hij schrijft en zingt. De creativiteit is groot en jarenlang onderdrukt, nu mag iedereen er van genieten.

Hij had bij het overlijden van zijn moeder een liedje willen zingen, maar kom daar maar eens om bij de zware en zwarte protocollen die bij de kerk horen. Nee, dat kon echt niet. En dan, aan de picknicktafel haalt hij zijn gitaar en zingt een liedje over zichzelf, over zijn weg, zijn weg die zo lastig te vinden is. Hij doet het in het Frans, door hemzelf af en toe onderbroken voor de Nederlandse ondertiteling. En voor straks, als zijn vader overlijdt heeft hij ook alvast een liedje gemaakt. Met tranen in mijn ogen luister ik naar zijn gezang en voel zijn ‘ontworsteling’ richting de vrijheid.

Vroeg in de ochtend ben ik wakker en denk aan de gesprekken van gisteravond. Vanuit de camper verderop komt gestommel, de kunstenaar maakt zich op voor de werkdag van vandaag en ik start mijn dag met een glimlach, ik heb bewondering voor deze, wat ik noem, levenskunstenaar. Het gaat je goed, man!

Pow – Wauw

Vier mensen om de pow-wow voeren het ritme aan, heel zacht en aftastende beginnen de vier met hun drumbeater de pow-wow te beroeren. Wij zijn met 17 mensen en ieder heeft zijn eigen intentie om daar te zijn. De intentie melden we niet maar houden we stilzwijgende voor ons.
Voor mij was de intentie om het ‘grote moeten’ te ont-moeten. Waar komt het toch vandaan dat ik zo gedreven aan de slag ga en het één nog niet afgerond heb en met het ander al weer bezig ben. Ik loop van de ene activiteit (vaak een cursus of training) naar de volgende en het moet allemaal zo nodig. Het is een soort verslaving lijkt het wel,  een sterk innerlijke beweging die dat mij laat doen. Als het sterk innerlijk is, dan zal je er ook wel gelukkig van worden, zei iemand eens. En dat is nou net niet het geval, ik start ergens mee en wanneer ik er mee bezig ben, kijk ik alweer uit naar de volgende gebeurtenis. Maar gelukkig wordt ik er niet van, moe, dat wel. Sterker nog, het is verslavend steeds verder gaan. Welke voldoening zoek ik dan toch?
En waar ga je dan heen of waar vlucht je dan vandaan, zou een coach kunnen vragen. En die vragen heb ik mijzelf ook al eens gesteld, ik ken mijn beweging.
Vader en moeder spelen hierin een grote rol, mijn ouders en voorouders hebben continu moeten strijden en werken in en voor hun leven, continu bezig zijn met eten, inkomen en onderdak voor de grote schare kinderen en zichzelf. Zit dit ‘doen’ dan zo sterk in mijn dna, mijn cultuur, mijn opvoeding verweven dat ik dat nog steeds zo kan ervaren, als een haast onbedwingbaar mechanisme?   Dit hele moeten maakt rusteloos en moe en alleen de lichamelijke moeheid keert het tij en doet mij beseffen dat ik te ver ga.
Alhoewel ik tegenwoordig ook steeds vaker kan zeggen dat er bewustwording is wanneer ik weer eens iets wil gaan ondernemen. Ik neem dus mijn eigen voornemen waar en kan er dan een keuze in gaan maken. Nog niet altijd, er is verandering! De NLP vooronderstelling “er is altijd een andere keuze mogelijk’, geeft dit al aan. Dat is ook zo, maar het kost wel moeite!

Terug naar de drumavond; de drum klinkt zacht en er zit al wel een stevig ritme in. Ik volg en luister, ik luister en volg en sla op mijn drum. Er ontstaat een melodie en het geluid begint rond te gaan, al wat luider nu. Geleidelijk aan draagt iedereen, naar eigen voelen, bij aan het geluid. Sommigen heel zacht tikkend op de drum, anderen slaan feller met veel zichtbaar enthousiasme. Ik sla in het midden en dan aan de zijkant, steeds weer, steeds weer en weer en weer. Ik voel, zie en hoor het plezier in mijzelf en om mij heen. Een haast eentonig ritme ontstaat, een soort zoemen en dan gebeurt er iets in mij wat ik nu probeer te beschrijven; tussen alle geluiden hoor ik niets en voel me oneindig leeg, vredig en toch ook aanwezig in de ruimte en met alles wat hier is. Ik hoor de geluiden wel en ik hoor ze ook weer niet. Een vredig gevoel overspoelt mij tussen al het ‘geluidsgeweld’ en ik voel een intens diepe rust waarin alles goed is, alles is oké. Het is geweldig, het is zo bijzonder, tranen komen te voorschijn.

Hoe lang dit duurde weet ik niet en is ook niet zo belangrijk. Feit is dat ik me ineens weer bewust werd van de drumbeater in mijn hand en dat ik werktuiglijk aan het mee drummen was, confuus van het moment van net. En dan realiseer ik mij dat ik in trance was, een heerlijke trance die oneindig ‘leeg’ was.

Drumcirkel

Van oudsher komen mensen tijdens hun leven in cycli bij elkaar om te ontmoeten, te delen, te verbinden en te genieten. De drumcirkels volgen ook deze cyclus van het leven.
Als er gedrumd wordt in dankbaarheid en liefde, voor alles wat ons gegeven is door moeder aarde en onze medemensen, voltooien wij een cyclus van leven en begint er automatisch een nieuwe cyclus.

Door te drummen wordt alles in beweging gebracht en vindt er een stroomversnelling plaats van de energie. De energie wordt opgewekt en gaat weer stromen. Zoals de maan verantwoordelijk is voor eb en vloed in de oceaan heeft ze ook een invloed op ons mensen. Om die reden wordt er vaak tijdens, vlak voor of vlak na een volle maan een drumcirkel georganiseerd.

Bovenstaande tekst is van Erik Roesink.

Op een warme zaterdagavond in december heb ik mijn eerste drumcirkel bijgewoond in Bilthoven en wat een ervaring was dit!
Met mijn kleine drum (de volledig zelfgemaakte is nog niet af) wordt ik eerst gesmudged bij aankomst, heerlijke geuren van salie om oude energieen te laten verdwijnen en mij schoon te maken voor deze avond, welkom!
Binnen staat een indrukwekkend grote pow-wow trommel met in de vier windrichtingen een stoel. Omdat het voor mij en een ander de eerste keer is dat we gaan drummen worden we welkom geheten door de begeleider van deze avond. Na een korte meditatie en het drummend welkom mogen we onze drums laten horen aan de aanwezigen. Spannend, maar ik doe dit in een verrassende flow, het gaat gewoon, mijn eerste denken over hoe ik dit zou gaan doen blijkt helemaal niet nodig.
En dan mogen vier vrouwen op de stoelen bij de grote pow-wow trommel gaan zitten en begint de drum-ceremonie. De centraal opgestelde pow-wow geeft het ritme aan en wij worden gevraagd dit ritme te volgen. Van zacht klinkend naar een diep vibrerend geluid, gaaf!
Langzaam kom ik in het ritme en krijg ook de behoefte om te chanten, zachtjes maak ik wat keelgeluiden.
Wat er met mij gebeurt is lastig te beschrijven. Het is net of ik heen en weer pendel tussen hier en nu en weg zijn. Soms zijn er gedachten van wat ik hier nu weer aan het doen ben, en dan weer geniet ik van de geluiden, de geuren en alles wat ik zie, ik voel me heerlijk! En ook lijk ik soms in een lichte trance en ga mee met dat wat er is, mooi hoor.
Na de pauze komen er vier mannen rond de pow-wow zitten en ik word ook uitgenodigd, wow WAUW! We pakken elkaars handen vast en maken een verbinding in stilte, kracht! Na enige tijd maken we ons los en pakken de stick en zoeken elkaars ritme op het perkament van de drum. Het geluid wordt luider en luider, prachtige diepe tonen. De kring achter ons valt bij en samen vormen we één geheel, één groot samenzijn.
Er ontstaat een collectieve balans in geluiden, bewegingen en visuele aspecten, het voelt als thuis en raar maar waar het wordt stil bij mij van binnen. Ik neem veel geluiden waar, naast mij achter mij en ik begin als vanzelf ook te chanten, wat een genot. Ik verwachtte van te voren dat ik als vanzelf zou gaan huilen maar dat gebeurde niet.
En op een moment dat we innerlijk van elkaar lijken te kennen gaan we wat langzamer drummen en met minder slag, de vertraging zetten we door en om ons heen zakken de geluiden ook weg. Wij leggen de sticks weg en laten de energie wegebben door met onze vingers op de pow-wow te trommelen en uiteindelijk doven onze bewegingen en geluiden ook uit en begeleid door de warme geluiden van een flute valt er nu ook buiten mij een stilte die zoveel in zich heeft!

Een dag later ontdek ik mooie parallelen met ‘opstellingen’. De drumcirkel vormt een systeem…

  • Iedereen maakt deel uit van het systeem en ieder heeft zijn eigen plaats en waardevolle bijdrage.
  • Sommige mensen voelen dat ze niet op een goede plek zijn en gaan even zoeken, later vinden ze hun unieke plaats.
  • Het systeem houdt zichzelf in stand, ook als iemand uitvalt of even weg gaat.
  • Er zijn leiders en volgers, volgers en leiders. Deze rol is uitwisselbaar.
  • Het systeem vindt zijn eigen balans en wanneer het even uit evenwicht is, komt dit weer terug.
  • Er is een innerlijk en gedeeld weten dat in ‘het veld’ aanwezig en te voelen is.

 

Filmtip – filmtip

In de film “La Famille Bélier” speelt het enige ‘horende’ kind binnen een verder dove familie de verbinding tussen de gezinsleden en de buitenwereld. Kijk door het acteerwerk heen en je ziet, de systemische verstrikking, de worsteling met loyaliteit, de ontluikende passie en autonomie, authenticiteit en het ontdekken van een missie.

Wanneer je je aanmeldt voor mijn nieuwsbrief (zie rechts) krijg je kans om binnenkort ook met andere ogen te kijken.

Ik hoef niet te weten

“Ik hoef niet te weten hoe jij in je levensonderhoud voorziet

Wat ik graag wil weten is waar jij voor gaat en of jij het aandurft

oog in oog te staan met de verlangens van je hart.

Het interesseert me niet hoe oud je bent maar wel of je het aandurft

voor gek te staan omwille van de Liefde, omwille van je dromen,

omwille van het avontuur dat Leven heet.

 

Het maakt me niet uit welke planeten jouw horoscoop beïnvloeden.

Waar het mij om gaat is of je ooit tot in de kern van je eigen verdriet

bent doorgedrongen en of de verraderlijkheden en beproevingen

van het leven je juist ontvankelijk hebben gemaakt of dat deze je hebben

doen terugdeinzen en afsluiten uit angst voor nog meer pijn.

Wat ik wil weten is of jij pijn, die van mij of van jezelf, kunt laten zijn

zonder een vinger te verroeren, zonder het te verbergen,

te laten verdwijnen of vast te houden.

Ik wil weten of je vreugde kunt zijn, de mijne of de jouwe . Of je durft te dansen

vanuit je oerkracht, in total extase van top tot teen, zonder je in te houden

door op je hoede te zijn. Realistisch of rationeel te zijn, zonder je te laten

remmen door herinnering aan beperking vanuit je menselijk bestaan.

Het kan me niet schelen of je verhaal waar is of niet . Wat ik zou willen weten

is of je anderen durft af te wijzen om trouw te zijn aan jezelf. Of jij het aankunt

om voor verrader te worden uitgemaakt om verschoond te blijven van verraad

vanuit je ziel. Geef me een bewijs van je trouw opdat ik zal weten

dat je vertrouwen waard bent.

Ben jij in staat schoonheid te zien, ook al is niet iedere dag even mooi

en is het leven zelf voor jou de bron waaruit je levenskracht kunt putten.

Kun jij leven met fouten, zwakheden en kwetsbaarheid, die van jou en mij

en toch aan de rand van een meer staan en luidkeels tegen het zilver

van de maan roepen; “YES”.

Ik hoef niet te weten waar je woont, of hoeveel geld je hebt.

Wat ik graag wil weten is of jij het kunt opbrengen om na een nacht

vol wanhoop, tot in het diepst van je ziel gekwetst op te staan, en datgene

te doen wat gedaan moet worden voor je kinderen. Ik hoef niet te weten

wie je bent of hoe je hier gekomen bent .

Wat ik wil weten is of jij zonder terughoudendheid bereid bent met mij door het vuur te gaan.

Het gaat niet om waar, wat en met wie je hebt gestudeerd.

Voor mij is het van groot belang, van jou te horen welke innerlijke kracht

jouw steun en toeverlaat is als al het andere om je heen is weggevallen

Of jij alleen kunt zijn met jezelf en of jij het werkelijk goed hebt

bij jezelf wanneer het stil word, in eenzaamheid “.

Familie

Loop jij in de pas?
En wat gebeurt er wanneer je uit de pas loopt, word je dan ineens het zwarte schaap van de familie?

Zodra je geboren wordt, hoor je bij een gezin, bij een  familie en, of je leuk vindt of niet, ook tot de schoonfamilie. Vrijwel direct merk je dat het er in de familie van de partner anders aan toe gaat en dat is voor jou vreemd. En hoe langer je met elkaar omgaat hoe meer dat gaat opvallen.
En vroeg of laat ga je ontdekken dat er in deze nieuwe familie ook goede dingen aanwezig zijn, juist die in jouw eigen familie niet zo goed ontwikkeld zijn.