Nu zijn

Twee futen imiteren elkaar, de één draait naar rechts en de ander doet het na, voorjaar! Ze buigen, bewegen als een spiegel, ze duiken samen onder  water en komen weer boven, gaaf! Een stuk verder ‘loopt’ een zwaan over het water in een poging om ‘de aarde’ te ontstijgen. Al klapwiekend met de vleugeluiteinden nog in het water slaagt zij erin om los te komen, ze maakt een grote ronde om mij heen, ik draai om mijn as om haar te volgen, over weiland zoekt ze het water weer op en glijdt het water weer in, vlakbij haar partner. Ze zwemmen naar elkaar toe en vormen met hun slanke halzen een hart. Harmonie, zo denk ik zacht. Een schaap op het pad kijkt me al herkauwend aan en staat stil, dat doe ik ook en we kijken elkaar aan in een soort trance. Het schaap blijft onverstoord staan en mijn gedachten doen ‘belachelijk’, ‘loop door’, ik glimlach en na even ga ik toch maar verder. Is er bij haar ook een gedachte?
Een eind verder gaat het er minder harmonieus aan toe, een groepje meerkoeten valt elkaar aan met gestrekte hals en snavel. Na een hoop kabaal gaat ieder weer zijn eigen gang. En ik loop verder. Op het eind van een pier die ver het water in loopt blijf ik een tijdje staan. Wat is het hier anders, anders omdat er alleen geluiden zijn van de natuur, heerlijk!
Even later hoor ik een licht gebrom en door het Zwarte Water zie ik een schip, het maakt bescheiden geluid, alsof het hier niet wil zijn. En dat vind ik ook, wat doe dat hier, op deze zondagochtend, in het prachtige meer? Langzaam verdwijnt het schip om de hoek en ik ben weer samen met de natuur om mij heen. Op mijn terugweg varen twee zonder-zeil-boten het meer in, sereen, zonder golven,  geen verstoring.  Harmonie! Dit is NU! Dit is wat er NU is, niets meer en niet minder. Het ontroert.
De zonder-zeil-boten zijn in de verte bijgedraaid en ik hoor stemmen van de bemanning, van de overkant van het meer hoor ik de kerkklokken van Genemuiden en Grafhorst, kom, kom, kom!
Langzaam wandel ik stap voor stap naar de auto, voldaan en ook wat weemoedig om deze plek los te laten, ga ik naar huis.

‘Mijn buurvrouw’

Een mooi mens, een mooie vrouw, met passie en een missie. Dat is de oprichtster en initiatiefneemster van stichting La Vecina ‘de buurvrouw’ in Cartagena Colombia. Ik leerde haar een paar jaar geleden kennen tijdens een familieopstelling.
Ik werd geraakt door haar verhaal en besloot mijn bijdrage te leveren in de vorm van financiële ondersteuning.  Van de opbrengsten van mijn coaching gaat  ging jaarlijks een percentage naar bovenstaande stichting.
Toen ik begin januari mijn bijdrage over had gemaakt, stuurde ik haar een bericht en per kerende post kreeg ik van haar antwoord en ik schrok.
Door de toenemende onveiligheid in de wijk waar haar opvang gevestigd was (2 moorden en zwaar geweld binnen korte tijd) heeft ze al een half jaar geleden besloten om met haar staf voor hun eigen veiligheid de opvang te verlaten. Na vele jaren ziel en zaligheid besteed te hebben aan de kinderen van de achterstandswijk moet dit een haast onmogelijke beweging voor haar zijn geweest.  Om voor haar onduidelijke redenen werd ze daarop uit haar eigen stichting gezet en contact is er nu nauwelijks meer.

Dan spring ik nu naar Marokko, begin 2016. Wij bezochten daar een kindertehuis waar pleegkinderen van onze (schoon)zus en zwager verblijven omdat zij, pleegouders, in 2010 uit Marokko verbannen werden. Bij het overhandigen van 15 doosjes aspirine pakte de directrice er eerst 3 van af en deed deze in haar eigen tas; “for my family”, voegde ze er aan toe. Wij, met onze andere normen en waarden, keken verbijsterd toe.
Met een enorm vertrouwen ging ik er en ga ik er van uit dat van mijn donaties er ook een deel(tje) bij de kinderen van onze wereld terecht komt. Het is wat het is.
En dat vertrouwen is er ook als het gaat om het geld, van jou en mij, dat bestemd is voor de kinderen in Cartagena.

Verdere donaties aan de stichting ‘La Vecina’ zal ik niet meer doen. ‘Mijn buurvrouw’ heeft in een ander land een nieuwe start gemaakt en ik wacht haar berichten met belangstelling af.

Ik was mijn haar

Een gedicht van mijn vrouw voor iedereen die een steuntje in de rug kan gebruiken omdat kanker hun  deel is geworden.

Wat ooit was

Dag haar, dag mooi dik donkerblond haar
Je was me dierbaar, vele jaren heb je me gediend
Nu is het tijd voor iets anders
Maar het afscheid valt me zwaar

Hoe kom je straks terug na het langdurige gemis
Misschien wel mooier en sterker
Mischien wel grijzer en wijzer
Ik kan niet wachten tot het zover is

Hoe zou het zijn: mijn bolletje in de lentezon
Maar eerst wacht de winter, de kale koude winter
En ga ik verstillen
Zoals de rups zich terugtrekt in zijn cocon

Om vervolgens uit te vliegen, herboren als vlinder
Zonder zorgen voor de dag van morgen
Een nieuwe horizon tegemoet
En zonder enige hinder…

van wat ooit was

Jannie Tichelaar

Al dit moois…

Tachtig jaar is hij bijna en nu ligt hij in het ziekenhuis omdat zijn lichaam geen rode bloedlichaampjes meer aanmaakt. Om de drie weken krijgt hij vers bloed en na een paar uur  “ben ik weer doorgesmeerd”, zegt ie. Een ‘paar uur’ is een understatement; om kwart over acht is ie er al en pas tegen drie uur kan hij weg, een lange servicebeurt, vind ik.
Hij ligt naast mijn vrouw en met verbazing hoor ik hoe snel ze kennismaken en de reden delen van het hoe en waarom in het ziekenhuis zijn.
Hij ligt alleen en als ik vraag of zijn vrouw nog leeft, zegt ie: “Zeker man!” Ze is thuis, haar knie wil niet meer en daarom ga ik met de auto maar alleen hierheen. Tussen de middag is ie bijna verbolgen als hij  één pakje kaas krijgt voor twee boterhammen, “de vorige keren kreeg ik er twee.” De man wil graag praten over auto’s en ik doe wat mee, het wordt snel technisch over krukassen, olie en de slechte materialen die er vroeger waren. Ik haak dan af en probeer wat te lezen.
“Het is me allemaal wat”, zegt hij plotsklaps en ik kijk op uit het tijdschrift. “Hè, net zo interessant dit stuk over Antarctica en de smeltende ijskappen”, denk ik en zucht onhoorbaar. Mijn vrouw ziet het en glimlacht, later zegt ze dat ze blij was dat ik met haar buurman wilde praten. Ze was moe.

Ik ga in op zijn zinnetje en we praten over dood en leven en of hij bang is voor de dood, vraag ik. Hij kijkt mij aan en is stil. “Ik denk er heel veel over”, zegt ie. “Maar bang, nee dat ben ik niet.”  Ik vraag me af of ie dit zo voelt of dat ie nog steeds denkt.
Er is nu contact op een niveau dat anders is dan over zijn werk als automonteur, mooi. Even valt er een stilte tussen ons in als hij helder spreekt: “Ik wil al dit moois nog niet achterlaten.” Bij ‘moois’ maakt ie een gebaar met zijn infuusvrije hand. En ‘moois’ blijkt dan het leven zelf te zijn. Het is toch ‘mooi’ dat dit allemaal kan en hij kijkt naar zijn infuus en zijn hand. “Ik ben er blij mee dat ik nog even verder kan zo.” Thuis bereiden ze zich voor op zijn eventueel overlijden, de dingen die hij altijd al deed, draagt hij stukje voor stukje over aan zijn vrouw.

Liefde proef ik, zoveel liefde, zo groot dat het de ziekenhuiskamer haast uitbarst. Tot over drie weken lieve man, we zien elkaar!

Irritatie

Op het werk vraagt een collega naar de thuissituatie, terwijl ik begin te spreken wordt hij gebeld. Hij mompelt een excuus en weg is ie.
Ik twijfel of ik naar drummen in Bilthoven wil gaan.  Lekker drummen maar ’s avonds met een piep in mijn oren in slaap vallen wil ik ook niet, ik word kortaf door het besluiteloze.
Vanaf mijn werk komende word ik bijna aangereden door een auto die van rechts door het stoplicht komt denderen, ik stap uit en scheld de man de huid vol. Dat lucht op, voor even. Sorry beste man, denk ik later.
Thuis ben ik aan het stucen in de aanbouw en ik word gebeld omdat ik moet werken, eigenlijk tekort van te voren om op te ruimen, te douchen en eten te pakken. En dan staat ook nog pardoes de zus van mijn vrouw met haar man op de stoep voor een bakkie!
Een meerijdster via blablacar vraagt eerst of ze ergens anders opgehaald kan worden, dan of ze ergens anders afgezet kan worden en dan weer of ik wisselgeld heb. Ik rij geen taxi!
De levering van de materialen voor de mechanische ventilatie blijkt niet compleet, weer een mail sturen, kan het niet in één keer goed?
Op mijn werk krijg ik wederom een mail (de derde) om een elektronische presentatie over een nieuw systeem te gaan doen, ik heb er een hekel aan. Het beklijft niet meer op deze wijze. Snappen ze dat niet, iemand moet het mij persoonlijk vertellen. Moderne zooi!
De nieuwe koelkast lekt aan de onderzijde, mail naar het bedrijf, wat nu weer, pffft.
De aannemer laat niets van zich horen, hij was veel te duur voor het vervangen van de garagedeuren en op mijn tegenvoorstel blijft het stil. Moet ik weer in actie komen. Ook de gevelreiniger en voeger laat het in het contact afweten, waarom toch?

En beschouwend zie ik dat mijn verwachtingspatroon hier een enorme rol speelt. Ik verwacht van alles van de ander en van de wereld om mij heen. En als de reactie van de ander niet strookt met mijn verwachting raak ik geïrriteerd. “Wat verwacht je eigenlijk van jezelf”, hoor ik een coach al vragen :). Vaak doe ik nog of er geen kanker is, of er niets aan de hand is. Maar ik merk dat mijn emmertje vol raakt en hoognodig moet gaan doen wat mij energie geeft, een heel lange wandeling maken!! De balans in mijn eigen systeem is weg. De wijsheid en het vermogen om als riet in de wind mee te buigen en weer terug te veren, is even ver te zoeken. Go with the flow, is ook zo’n prachtige uitdrukking, die ik wel snap maar even niet voel.
Het beseffen van deze wijsheden werkt nu al, merk ik tijdens het typen van deze tekst. Ik glimlach zelfs even. En langzaam word ik rustiger en besef wat ik doe….

Zeg me dat het niet waar is

Bij het horen van dit liedje van Frank Boeijen huilen we een tijdje. Hij verwoordt wat we al dagen voelen en willen; “zeg met dat het niet waar is”.

We zijn de ellende nog steeds aan het ontkennen, we doen van alles en alsof er niets gebeurd is. Realiseren we ons wel wat er gaande is? Accepteren we het wel goed of is het accepteren een tergend traag traject, iets dat tijd nodig heeft en pas heel langzaam tot het besef doordringt?
Echter, huisartsen, oncologen, verpleegkundigen en chirurgen behandelen mijn vrouw als patient. De familie is ongerust, vrienden komen langs en whattsapp is rood gloeiend van de lieve woorden en steun. Beseft de buitenwereld het beter dan wij?
Er zijn momenten waarop het me allemaal even te veel wordt, ik huil dan kort en kan weer verder. Meeste tijd ben ik aan het werk in de aanbouw en vliegt ook daar de tijd voorbij. Pas als ik het huis weer binnen ga, komt de realisering van de kanker weer bij me.

We worden geleefd, geleefd door afspraken en zaken die moeten gebeuren. We lezen veel over de ziekte, over het verloop, over de verwachtigen en veel meer. We worden nog eens deskundigen, in ieder geval ervaringsdeskundig. Tussendoor is er amper tijd om over ervaringen te spreken, goed in te voelen en met elkaar te delen. Zou het daarom zijn dat dit liedje ons, ondanks de tranen, goed doet. Onze gevoelens komen naar buiten en worden doorleefd en dat lijkt me alleen maar goed. De muziek legt allerlei neurologische verbindingen en maakt contact met ons emotioneel centrum in de hersenen, lees ik een glossy. Helende tonen dus en zo wil ik er liever naar kijken.

 

Luisteren en kijken naar het liedje kan hier……https://youtu.be/AQLnJ9ugFXU

Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet waar is

Ga je mee vanavond
Naar ons lievelings restaurant
Een tafel voor twee
Ik heb gebeld
Ze weten ervan
En we drinken
Totdat de zon op komt
En we vergeten
De oneerlijkheid van het lot

Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet zo is
Zeg me dat het niet waar is

Kom we gaan
Trek je jas aan
Anders word het te laat
Kom eens hier, ik houd je vast, ik laat je nooit meer gaan
En ik vertel je een grap die je laat huilen van de lach
En we vergeten de blikken van de mensen in de stad

We doen net alsof het niet zo is
Alsof het niet zo is
Alsof het niet waar is

We doen net alsof ze gewoon verder leeft
Alsof ze gewoon verder leeft
Zelfs als het niet zo is

Ik ben de controle kwijt!

“Verdacht”,  zegt de huisarts tegen mijn vrouw. “Ziet er niet goed uit”, zegt de radioloog. “Borstkanker”, zegt de oncoloog.  En dan verdwijnt de stoel onder mij in een diep zwart gat. Ik kijk naar mijn vrouw en ze knikt met haar hoofd, ze had al gevoeld dat het fout zat.

Daarna zijn er dagen van onzekerheid, ze gaan soms traag glijdend en soms in sneltreinvaart voorbij.  Van alles schiet door mij en ons heen, dood, leven, angst, ziekenhuizen, chemo, kaal hoofd, de kinderen, nu en toen, straks, hoe nu?

Controle, een thema dat ik de jaren hiervoor vaak ben tegengekomen. Mijn vak als parttime luchtverkeersleider bestaat bijna alleen maar uit regels, voorschriften en procedures. Alles om het luchtverkeer veilig en controleerbaar te houden en om de menselijke fout zoveel mogelijk uit te schakelen.
Controle, o wat mocht ik dat graag gebruiken, ik kon niet anders. Plannen; de dag van te voren al in kaart hebben. Reizen; ik weet van te voren hoe laat we aan gaan komen. Studie; ik weet van te voren wat ik ga doen. Deadline; al ver van te voren alles klaar. Op reis met de camper; reisplan gemaakt en voorbereid, mij verrassen ze niet. Wandelen; de hele route ligt klaar, inclusief plan voor het openbaar vervoer en ik weet dan ook al hoe laat we ’s avonds weer thuis zijn (het klopt meestal). Hardlopen; van te voren ken ik de route al die ik ga lopen. Naar het werk; op tijd weg, route gecheckt. Op het werk; van nature alles onder controle, het kan niet anders.
In de jaren bewustzijnsontwikkeling heb ik gezien dat ik deze controle eenvoudig nodig had om mij staande te houden. Althans dat dacht ik, dat heb ik altijd gedacht. En ik leerde los te laten, stap voor stap los te laten. En dat ging niet bepaald makkelijk, hoe diep deze controle in mijn doen en laten gegroefd zat. Maar wat leverde deze strijd een vrijheid op, een minder gespannen zijn, eenvoudiger en makkelijker in het leven staan. Zien van mooi dingen, kleine dingen, kleuren en geuren, een vogel, een rups die kruipt, een druif aan de tak, een kind dat rent, mijn kinderen die al wijs in het leven staan, het krullende haar van mijn vrouw. Mezelf, een kleine jongen in een groot lijf, gelukkig maar.
Het grote moeten en alles willen weten verdween beetje bij beetje uit mijn leven. Tegelijkertijd ontstond er een andere innerlijke ‘drive’ in mij, iets dat meer gestuurd wordt door willen, iets willen betekenen.
De controle is wel gebleven maar in een vorm die bestaat naast voelen en meer en meer functioneel is geworden, die ingezet kan worden wanneer dat echt nodig is.

In deze fase voel ik het laatste restje controle uit mij wegzakken. Ik heb helemaal niets onder controle, niks nada! Ik kan er een beetje om lachen en toch doet het ook nog pijn, het maakt weer een beetje onzeker.
En ik besef dat ik de voorgaande jaren nodig heb gehad om het traject waarin mijn vrouw nu zit en waarin ik dus ook deels zit, aan te kunnen. Tussen alles door kan ik daar dankbaar voor zijn.

Oordeel

Tijdens alle werkzaamheden rondom huis waren er veel vaklieden bij ons te vinden. Één van de vakmensen die een blik wierp in de meterkast zei dat hij voor een aantrekkelijk bedrag de meterkast wel wilde opknappen. De meterkast bij ons was nog uitgevoerd met de oude ‘draaistoppen’. De kast zag er werkelijk niet uit en als oud-elektrotechniek-student was mij de meterkast al een tijdje een doorn in het oog.
De vakman noem ik hier Jaap uit Friesland en Jaap gaf ik direct opdracht om de meterkast te renoveren. Waarom weet ik eigenlijk niet maar mijn vertrouwen in Friezen en helemaal in Friese vakmensen is groot.  Een paar dagen later bracht hij een nieuwe verdeelkast die er met allerlei aardlekschakelaars indrukwekkend en vooral nieuw uitzag. Ik verwachtte dat hij de kast meteen zou installeren en ik die dag al kon beschikken over het nieuwe spul. Dat kon echter niet, hij zou binnenkort terugkomen om het spul aan te sluiten en de oude zooi te verwijderen.
Wel wilde hij geld hebben voor de geleverde kast, het bedrag voor de installatie zat hier al bij in. Oh, prima zei ik en gaf hem het geld. Een paar honderd euro in dit geval.

En toen begon een lang wachten waarbij mijn geduld aardig op de proef werd gesteld. Na enkelen weken wachten, ging ik maar eens een whattsapp bericht, appje zeg ik altijd, versturen met de vraag wanneer hij van plan was te komen. Er volgde geen antwoord.
De gedachte dat er iets met hem aan de hand kon zijn passeerde kort in mijn hoofd, maar een ander deel van mij vond ‘dat ie op zijn minst toch wel kon antwoorden.’
Op een volgend bericht kwam ook geen antwoord. Toen ben ik met hem gaan bellen, voice mail ingesproken, geen antwoord. De tijd ging voort.
Nogmaals bellen en zowaar, ik kreeg Jaap aan de telefoon.
Hij bleek al een poos ziek thuis te zijn met verschijnselen die met ‘ziek bloed’ te maken had. En wat schrok ik toen hij dat meldde en wat voelde ik mij schuldig over mijn gedram over mijn stomme meterkast.  Voorlopig zou ie niet kunnen komen. Nou ja, ik wist nu tenmiste wat en vond mijn kast niet in verhouding staan tot zijn gezondheidsprobleem.

Maar na enkele maanden begon een stemmetje van binnen te zeuren, zoe ik echt nog wel komen..Via een appje begreep ik dat hij weer aan het werk was gegaan en binnenkort ook bij mij langs zou komen. Goed nieuws!  En wederom bleef het lange tijd stil, geen reacties op mijn berichten, wel gelezen kon ik zien, maar geen reacties.

En toen was de maatvol en stuurde ik een appje waarin ik stelde dat de meterkast nu ‘af moest’ of anders wilde ik mijn geld terug. Nu reageerde hij vlot en zou op een woensdag langs komen, hij was in de buurt. De woensdag ging voorbij zonder bezoek of bericht….. pfffft.
En toen berichtte hij dat hij een vrije dag had genomen en aanstaande vrijdag langs zou komen….”Fijn”, dacht ik, “eerst maar eens zien.”

Op vrijdag kwam Jaap inderdaad en ik was blij hem te zien. Nou ja, meer nog dat de meterkast eindelijk af zou komen. Eerst koffie….
En onder de koffie kwam zijn verhaal van de afgelopen 7 maanden op tafel en naarmate hij zijn verhaal vertelde nam mijn schuldgevoel toe…
Hij heeft ‘een’ bloedziekte met zware vermoeidheids verschijnselen waarvan, na vele onderzoeken, oorzaak en eventuele genezing nog niet duidelijk waren. Financiele problemen met zijn ex-partner (kaalplukken noemt hij het), persoonlijke ellende met de eerdere partner van zijn huidige vrouw, werkdruk, het plotseling overlijden van een vriend waar hij al bijna 30 jaar mee samen werkte en een gevoelige afwikkeling van erfenis. Ik voelde zijn verdriet en pijn mee en moest innerlijk afstand innemen (een nlp hulp) om het verdriet bij hem te kunnen laten.

Terugkijkend wil ik leren uit deze ervaring en daarvoor zijn een paar nlp vooronderstellingen van toepassing; de kaart is niet het gebied, ieder heeft zijn eigen wereldbeeld en uit het communicatiemodel, ik zie de wereld zoals ik het wil zien.
Van dit alles was ik mij tijdens dit hele traject beurteling bewust en vaak ook was het weg of anders gezegd; mijn ego won het van de liefde voor de mens. Ik ben lerend, elke dag weer!

 

Nicht

Hoe kan het toch? Wat is er aan de hand als je iemand maar net ontmoet hebt en het is alsof je iemand al jaren kent. Internet staat vol over dit fenomeen en er wordt dan vaak gesproken over tweelingzielen of zielsverwanten. Een verklaring door middel van de zogenaamde spiegelneuronen is ook in zwang. Over zielsverbanden en neuronen zijn vele boeiende boeken geschreven.

Nu heb ik het -alsof ik de ander al jaren ken- al meerdere keren ervaren. En keer op keer is het contact zo gemakkelijk, zo ongecompliceerd en natuurlijk dat het eenvoudigweg eigen aanvoelt. Het gaat dan om mannen en vrouwen, die ik buiten de werkomgeving tegen kwam. We blijken dezelfde passie te hebben en ook een doel of uitvoering van plannen passen goed bij de wederzijdse ideeën. Ik zou ook kunnen zeggen dat het net een broer of een zus is.

Dat laatste is echter niet het geval. Met mijn broer of zus gaat het contact ‘gewoon’, vaak genoeg zijn er momenten waarop ik ervaar dat ik dingen niet wil, moet of kan zeggen. Of soms wil ik helemaal niets zeggen, gewoon omdat er niets is of omdat ik bang ben om te kwetsen. Soms voelt het contact ook ongemakkelijk en aan bespreken van mijn gevoel kom ik niet eens toe. Gesprekken gaan over oppervlakkige en meer materiele zaken, weinig diepgang.

Alweer bijna twee jaar geleden kwam ik via Facebook in contact met een volle nicht die samen met haar partner al jaren in Frankrijk woont en werkt. Via Messenger naar mail en via mail naar whatsapp en via whatsapp naar een echt contact.
En dan blijkt iets bijzonders; we hebben elkaar veel te vertellen, het contact loopt vloeiend, stiltes zijn oke, er zijn verschillen van mening, er is humor en bovenal is er contact, diep contact. Wat er ook is, is een aanwezig verdriet. Een verdriet dat niet van ons is, niet van haar en niet van mij. Het is er echter wel en is nu bij ons gaan horen.
Daan van Kampenhout schreef een boek met de titel “de tranen van de voorouders”. En dat is zo passend voor onze situatie, tranen zijn er vlug maar waarom dat zo is en waarover de tranen gaan dat is altijd weer de vraag. In een familieopstelling heb ik grote delen daarvan ontdekt en dat maakte mij enorm veel rustiger, een ‘begrijpen’ kwam over mij.

Onze vaders zijn broers, beiden inmiddels overleden. Hoe het contact tussen deze broers (er waren twaalf kinderen in het gezin) was, weet ik eigenlijk niet. Er blijken tussen de vaders zo enorm veel overeenkomsten te zijn dat wij, nicht en neef,  ons er over verbazen. Op geestelijk vlak, mentaal, emotioneel en in gedrag, waren ze bijna spiegels. Ze zouden zo met elkaar uitgewisseld kunnen worden, uiterlijk leken ze ook nog eens op elkaar. Zij delen uiteraard dezelfde familiegeschiedenis en het leeftijdsverschil is klein.

En als we samen verder spitten over en in onszelf, ontdekken we zoveel gelijkenissen, zoveel overeenkomsten in gevoelens, gedachten en doen en laten dat de betekenis van verwanten een nieuwe lading krijgt. Zou het dan toch…….zielsverwanten?
Of, zoals het HeartMath instituut in Amerika heeft onderzocht en bewijst, onze harten verbinden zich met elkaar, worden min of meer één geheel en communiceren met elkaar op één niveau. Een hart verbinding is er zeker. En misschien zetelt onze ziel wel in ons hart….

 

 

 

Kunstenaar aan tafel

Na een korte wandeling in Hoch-Elten komen we terug bij onze camper en aan de houten picknicktafel die naast onze camper staat zitten drie mensen te praten, we wisselen wat beleefdheden uit en voor we het weten zitten we aan tafel en hebben gespreksstof dat iedereen aan tafel bezig houdt. Ieder met zijn verhaal, de hoofdpersoon is vanavond een man,  een beeldend kunstenaar.

De kunstenaar verblijft sinds sinds een halfjaar in een zelf beschilderde camper, geen vaste verblijfplaats, wel heeft hij werk in de buurt. Vaak slaapt hij hier en soms weer daar. Zijn levensverhaal gaat veelal over het geloof; vastgelopen in de strenge dogmatische wereld van een zwaar gereformeerde kerkstroming ontworstelde hij zich uit dit systeem. Of misschien wel beter, de worsteling zet zich maar voort. En zoals dat dan gaat wanneer wij onze vrijheid trachten te vinden probeert het systeem ons uit alle macht vast te houden. Dat wat hoort en moet, zal gebeuren, vaders en dominees wil is wet. Het systeem en of dit nu familie of het geloof is, probeert stabiel te blijven en wanneer dit aan het wankelen wordt gebracht  komt er hoe dan ook een reactie.
De kunstenaar heeft een enorme energie gestoken in het loskomen en  wanneer het systeem ontdekt dat hij niet meer vast te houden is en echt zelf wil leven, wordt hij met dezelfde energie verstoten. Los van huis en haard, los van familie, los van vader en moeder.

Maar echt los kan niet, de verbinding is er en ook wanneer de ander of jij het niet meer wilt, blijft die verbinding bestaan. Juist dan! Gelukkig is de kunstenaar bij sommige familieleden welkom, maar onmiddellijk wordt getracht hem weer binnen het systeem (kerk, familie) te krijgen. Maar dan wel als hij zich aanpast, tja en daar is nu net alles om begonnen.
De energie die in hem vrij is gekomen heeft hij omgezet in kunst, hij schildert, hij schrijft en zingt. De creativiteit is groot en jarenlang onderdrukt, nu mag iedereen er van genieten.

Hij had bij het overlijden van zijn moeder een liedje willen zingen, maar kom daar maar eens om bij de zware en zwarte protocollen die bij de kerk horen. Nee, dat kon echt niet. En dan, aan de picknicktafel haalt hij zijn gitaar en zingt een liedje over zichzelf, over zijn weg, zijn weg die zo lastig te vinden is. Hij doet het in het Frans, door hemzelf af en toe onderbroken voor de Nederlandse ondertiteling. En voor straks, als zijn vader overlijdt heeft hij ook alvast een liedje gemaakt. Met tranen in mijn ogen luister ik naar zijn gezang en voel zijn ‘ontworsteling’ richting de vrijheid.

Vroeg in de ochtend ben ik wakker en denk aan de gesprekken van gisteravond. Vanuit de camper verderop komt gestommel, de kunstenaar maakt zich op voor de werkdag van vandaag en ik start mijn dag met een glimlach, ik heb bewondering voor deze, wat ik noem, levenskunstenaar. Het gaat je goed, man!